Spring naar inhoud

Over Stichting Reprorecht

4.1Algemeen

Stichting Reprorecht is door de Minister van Justitie aangewezen om de wettelijke reprorechtvergoeding te innen en uit te keren. Organisaties van professionele tekstauteurs, beeldmakers en uitgevers hebben Reprorecht daarnaast gemandateerd om vergoedingen voor bepaalde digitale vormen van kopiëren te innen. Zo is geborgd dat individuele rechthebbenden ook hiervoor hun vergoeding kunnen ontvangen: zonder collectieve regeling is dit vrijwel onmogelijk te organiseren. In de reprorechtregelingen zijn de wettelijke vergoeding voor fotokopiëren en de licentievergoeding voor digitaal hergebruik samengebracht. We hebben geen winstoogmerk.

De reprorechtvergoeding is een auteursrechtenvergoeding voor het op papier en digitaal kopiëren uit auteursrechtelijk beschermde werken en het delen van deze kopieën binnen bedrijven, organisaties, overheids- en onderwijsinstellingen in Nederland.

Het delen van informatie gebeurt iedere dag. Bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen maken (digitale) kopieën uit (websites van) tijdschriften en kranten, boeken en e-books, en losse teksten en afbeeldingen, bijvoorbeeld gevonden op het internet. Het delen van bijvoorbeeld actuele vakinformatie is belangrijk voor de professionele kennis van medewerkers en de groei van een bedrijf.

Dit soort informatie is met zorg gemaakt door professionele journalisten, wetenschappers, auteurs, fotografen en uitgevers. Hun werk is beschermd door het auteursrecht. Het delen van deze informatie is niet gratis. De makers (journalisten, wetenschappers, auteurs, fotografen, grafisch ontwerpers) en uitgevers van deze publicaties hebben recht op een vergoeding voor het (digitaal) kopiëren van hun auteursrechtelijk beschermd werk. 

Met de reprorechtregeling voor bedrijven, organisaties, overheidsinstellingen en onderwijsinstellingen int Reprorecht deze reprorechtvergoeding en zorgt Reprorecht dat de professionele tekstauteurs, beeldmakers en uitgevers de vergoeding ontvangen. 

Reprorecht fungeert als het 1-loket: een efficiënte keten van de inning bij individuele bedrijven, instellingen en organisaties tot en met de verdeling van de reprorechtvergoedingen aan rechthebbenden: eenvoudig en eerlijk geregeld.

Bedrijven, organisaties, overheids- en onderwijsinstellingen kunnen zo voor een passend bedrag waardevolle informatie eenvoudig en eerlijk blijven delen. De rechthebbenden krijgen een eerlijke vergoeding voor het (digitaal) kopiëren van hun vakwerk. De reprorechtvergoeding draagt eraan bij dat zij hun werk kunnen blijven doen, en dat er een breed en kwalitatief hoogwaardig aanbod van professionele, actuele en creatieve informatie blijft voor de bedrijven, organisaties en het onderwijs.

4.2Onze visie

De informatiesamenleving en het delen van informatie

De informatiesamenleving en het delen van informatie

Informatie is overal en altijd beschikbaar. De ontwikkeling van de samenleving en economie is gebaseerd op het delen en het gebruik van informatie. Dit leidt tot meer kennis en vooruitgang in Nederland. Op macroniveau, voor de samenleving als geheel, maar ook op het microniveau van individuele bedrijven en organisaties. Het delen van informatie is in veel organisaties aan de orde van de dag. Bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen hebben abonnementen op vakbladen en kopen boeken en e-books die voor hen relevant zijn. Collega’s e-mailen krantenartikelen of gebruiken een overzicht uit een vakblad in een presentatie om elkaar op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen op hun vakgebied en in de wereld. Medewerkers zoeken informatie van professionele auteurs op het internet en slaan dit op voor later.

De waarde van informatie

​De waarde van informatie

Voor de bedrijven en organisaties is het van groot belang dat de informatie van hoge kwaliteit is. De hoge kwaliteit maakt de informatie waardevol en onmisbaar voor de dagelijkse praktijk. De teksten, foto’s en afbeeldingen waaruit de informatie bestaat, ontstaan dan ook niet zomaar. Professionele journalisten, auteurs, vertalers, fotografen, illustratoren, vormgevers en uitgevers besteden veel tijd en zorg aan de kwaliteit van hun vakwerk. De informatie heeft voor de individuele makers, vaak ZZP’ers, en ook voor uitgevers waarde als hun broodwinning, en hun creatieve werk is wettelijk beschermd door het auteursrecht. Het (digitaal) kopiëren van de informatie is dan ook niet gratis, ondanks dat veel waardevolle informatie via het internet beschikbaar is.

De reprorechtvergoeding voor hergebruik van informatie

​De reprorechtvergoeding voor hergebruik van informatie

Als de informatie uit (websites van) tijdschriften en kranten, boeken en e-books, en losse teksten en afbeeldingen, bijvoorbeeld gevonden op het internet, wordt gedeeld met collega’s, vermenigvuldigt het gebruik van de informatie. Dit noemen we hergebruik, of (digitaal) kopiëren. De vergoeding voor het hergebruik van deze informatie werkt als volgt.

Als een artikel in een vakblad gescand en aan tien collega’s gemaild wordt, dan hebben deze tien mensen voordeel van het werk van de makers en uitgevers. Zij hebben het vakblad niet gekocht, maar gebruiken het wel om hun kennis te vergroten. En daarmee vergroot ook de kennis in de organisatie. Daarom is het logisch dat een organisatie voor dit hergebruik een vergoeding betaalt. Tekstauteurs, uitgevers en beeldmakers mogen volgens de Auteurswet een vergoeding vragen voor het maken van (digitale) kopieën van hun werk.

De wettelijke basis van het reprorecht en de rol van Stichting Reprorecht

De wettelijke basis van het reprorecht en de rol van Stichting Reprorecht

Uitgevers, tekstauteurs, fotografen en andere makers hebben automatisch het auteursrecht over de tekst of het beeld dat zij maakten. Zij zijn ‘rechthebbenden’ en hun ‘werk’ is beschermd door het auteursrecht. Dit recht houdt in dat zij als enige mogen bepalen wat er met hun creatieve werk gebeurt en of iemand bijvoorbeeld moet betalen om hun werk te gebruiken. De tekst, foto en illustratie zijn maar een paar voorbeelden, dit recht geldt voor meer soorten werken. De Auteurswet is er om de rechten van makers en uitgevers te beschermen.

In de Auteurswet staat dat makers, zoals schrijvers, fotografen, uitgevers, vertalers, vormgevers en illustratoren, recht hebben op een vergoeding voor het fotokopiëren van hun werk: het reprorecht. Stichting Reprorecht is op 4 december 1974 opgericht door organisaties van auteurs en uitgevers en is door de Minister van Justitie bij Algemene Maatregel van Bestuur (met uitsluiting van ieder ander, het zogenaamde ‘Reprobesluit’) aangewezen om de wettelijke fotokopieervergoeding (van papier naar papier) te innen en te verdelen. Voor digitaal hergebruik (zoals scannen, presenteren, e-mailen als bijlage, en opslaan) is wettelijk toestemming nodig van de makers en uitgevers. Organisaties van rechthebbenden – Stichting Lira (tekstmakers), Stichting PRO (uitgevers), Stichting Pictoright (beeldmakers) en Stichting FEMU (muziekauteurs en -uitgevers) – hebben Reprorecht aangewezen om de licentie voor digitaal hergebruik namens hen te verlenen als onderdeel van de reprorechtregeling. Zo is geborgd dat individuele rechthebbenden ook hiervoor hun vergoeding kunnen ontvangen: zonder collectieve regeling is dit vrijwel onmogelijk te organiseren. In de reprorechtregeling zijn twee vergoedingen samengebracht: de wettelijke vergoeding voor fotokopiëren en de licentievergoeding voor digitaal hergebruik.

Het reprorecht eenvoudig geregeld

Het reprorecht eenvoudig geregeld

Het is natuurlijk heel lastig voor bedrijven om voorafgaand aan iedere e-mailbijlage voor een collega, ieder bestand dat wordt opgeslagen, iedere print, etc. opnieuw aan afzonderlijke tekstauteurs, beeldmakers of uitgevers te vragen of ze toestemming willen geven en om steeds opnieuw een prijs af te spreken. Dat geldt andersom ook voor de tekstauteurs, beeldmakers en uitgevers, die dit dan steeds moeten regelen met allerlei bedrijven en organisaties. Daarom verleent Stichting Reprorecht namens hen de toestemming voor (digitaal) kopiëren via de reprorechtregeling, en verdeelt de vergoedingen die bedrijven en organisaties betalen voor de regeling onder de professionele uitgevers en makers van de teksten en afbeeldingen.

Zo zorgt Reprorecht ervoor dat het reprorecht eenvoudig en eerlijk is geregeld. Medewerkers kunnen gewoon door met hun werk, want voor de informatie die ze delen, is via de reprorechtregeling een passende vergoeding betaald. Daarmee heeft de organisatie aan de wettelijke verplichting voldaan. Tekstauteurs, beeldmakers en uitgevers ontvangen de reprorechtvergoeding voor het hergebruik van hun vakwerk. Mede door deze vergoeding kunnen organisaties en hun medewerkers gebruik blijven maken van een breed aanbod van informatie van hoge kwaliteit.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid en de reprorechtvergoeding

Maatschappelijke verantwoordelijkheid en de reprorechtvergoeding

De reprorechtvergoeding voor het hergebruik van het werk van makers en uitgevers past binnen de maatschappelijke rol en verantwoordelijkheid die bedrijven en organisaties hebben. Zij maken onderdeel uit van de maatschappij en gebruiken informatie die een bepaalde waarde vertegenwoordigt. Door het betalen van de reprorechtvergoeding houden organisaties zich niet alleen aan de wet. Zij nemen ook hun maatschappelijke verantwoordelijkheid door terug te geven aan degenen die de informatie verzorgen die belangrijk is voor hun organisatie. Daarmee dragen bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen bij aan de Nederlandse kenniseconomie en een bloeiende creatieve sector.

(Digitaal) kopiëren door bedrijven

(Digitaal) kopiëren door bedrijven

Bedrijven mogen (digitale) kopieën maken voor intern gebruik door de eigen medewerkers, op voorwaarde dat zij een billijke vergoeding betalen aan Stichting Reprorecht. In nauw overleg met de centrale werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland heeft Reprorecht voor het Nederlandse bedrijfsleven een regeling getroffen waarbij ondernemingen een vaste vergoeding per onderneming betalen, die is gebaseerd op het aantal werknemers en het meest voorkomende informatiegebruik in een branche. Op basis van gezamenlijk en onafhankelijk onderzoek naar het (digitale) kopieergedrag van werknemers zijn twee tariefschalen vastgesteld: één voor bedrijfstakken waarin relatief weinig gebruik wordt gemaakt van informatie en één voor bedrijfstakken waarin relatief veel gebruik wordt gemaakt van informatie. Reprorecht actualiseert periodiek de resultaten van het onderzoek. Zo blijft de vergoeding aansluiten bij de dagelijkse praktijk.

In 2013 hebben de centrale werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland en Reprorecht een convenant getekend met afspraken over verlenging van de regeling voor het bedrijfsleven, en uitbreiding van de regeling naar digitaal hergebruik. Per 2025 is de Reprorechtregeling Zakelijk opnieuw uitgebreid met het interne gebruik van losse afbeeldingen en teksten van professionele makers, al dan niet afkomstig van het internet. Daarnaast is gebruik in presentaties, en het vertonen van de presentatie (aan max. 100 externe relaties) per 2025 opgenomen in de regeling.

(Digitaal) kopiëren door onderwijs- en overheidsinstellingen, bibliotheken en andere instellingen

(Digitaal) kopiëren door onderwijs- en overheidsinstellingen, bibliotheken en andere instellingen

De rol van Stichting Reprorecht, de wettelijke basis en de mandaatbasis voor de regelingen gelden ook voor (digitaal) kopiëren binnen onderwijs- en overheidsinstellingen, bibliotheken (inclusief onderlinge uitlening) en andere instellingen die werkzaam zijn in het algemeen belang. Ook deze organisaties betalen voor deze (digitale) kopieën een billijke vergoeding aan Reprorecht.

Onderwijsinstellingen mogen (digitale) kopieën maken en uitreiken aan hun leerlingen en studenten, ten behoeve van het onderwijs. Per 2025 zijn de gebruiksvoorwaarden voor het primair en voortgezet onderwijs en het MBO uitgebreid met het delen van losse teksten en afbeeldingen van professionele makers, al dan niet afkomstig van het internet. Daarnaast is per 2025 voor het primair en voortgezet onderwijs ook het delen en presenteren van informatie voor collega's onderling (onderwijzend en niet-onderwijzend) toegestaan, onder de Gebruiksvoorwaarden van de Reprorechtregeling Zakelijk.

Verdeling van de reprorechtvergoedingen

Verdeling van de reprorechtvergoedingen

De verdeling van de reprorechtvergoeding, zowel de in Nederland geïnde vergoeding als de ontvangsten uit het buitenland, vindt plaats via representatieve organisaties van rechthebbenden. Het gaat hierbij om Stichting LIRA, Stichting Pictoright, Stichting PRO en Stichting FEMU. 

Het totaal voor verdeling beschikbare bedrag wordt aan de verschillende uitkeringscategorieën toegerekend volgens de Verdeelmatrix. Deze matrix is gebaseerd op omvangrijk onafhankelijk onderzoek bij bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen naar het hergebruik van de verschillende categorieën werken. Op basis van de onderzoeksresultaten heeft Stichting Reprorecht de Verdeelmatrix in 2024 geactualiseerd en aangepast. De jaarlijkse verdeling van de reprorechtvergoeding is gebaseerd op het Reglement Uitkeringen van Reprorecht, zoals goedgekeurd door het door de Minister van Justitie ingestelde College van Toezicht Auteursrechten (hierna: CvTA).

Transparante uitvoering in samenwerking met belanghebbenden

Transparante uitvoering in samenwerking met belanghebbenden

De overheid heeft gekozen voor zelfregulatie van het reprorecht. Vertegenwoordigers van tekstauteurs, beeldmakers en uitgevers vormen de vergadering van rechthebbenden van Stichting Reprorecht, zodat de belangen van de rechthebbenden goed geborgd zijn. Daarnaast zijn de belangen van de verschillende groepen rechthebbenden geborgd door nauwe samenwerking met de vertegenwoordiging van organisaties van auteurs, uitgevers en beeldmakers: de Auteursbond, de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Stichting LIRA, de Beroepsorganisatie Nederlands Ontwerpers (BNO), de Beroepsorganisatie Dutch Photographers (DuPho), de Stichting Continuïteit Beeldrecht (thans bestaande uit de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK), de Vereniging Platform Beeldende Kunst (Platform BK), de Beroeps Organisatie Kunstenaars (BOK) en de Kunstenbond), de Stichting Pictoright, de Mediafederatie (thans bestaande uit de Media en Educatie voor Vak & Wetenschap (MEVW), de Groep Algemene Uitgevers (GAU) en de Magazine Media Associatie (MMA)), de NDP Nieuwsmedia, de Stichting PRO, de Nederlandse Muziek Uitgevers Vereniging (NMUV) en de Stichting FEMU. Anderzijds staat Reprorecht continu in contact met vertegenwoordigers van het Nederlandse bedrijfsleven en de koepelorganisaties van onderwijs en overheid. Zo zijn de afspraken tussen de centrale werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland en Reprorecht vastgelegd in het Convenant Regeling Reprorecht Bedrijfsleven vanaf 2013. Ook zijn per 2025 de Convenanten van Reprorecht met de PO-Raad voor het primair onderwijs en de VO-raad voor het voorgezet onderwijs vernieuwd.

De reprorechtregeling is blijvend in ontwikkeling. Reprorecht laat regelmatig onderzoek doen naar het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Zo is de Reprorechtregeling Zakelijk per 2025 uitgebreid met het gebruik van tekst en afbeeldingen in presentaties, het vertonen van de presentatie (intern en aan max. 100 externen), en het gebruik van losse teksten en afbeeldingen van professionele makers, al dan niet afkomstig van het internet. Ook de Reprorechtregeling Onderwijs is per 2025 uitgebreid met het gebruik van losse teksten en afbeeldingen van professionele makers, al dan niet afkomstig van het internet. Daarnaast zijn de gebruiksvoorwaarden van de Reprorechtregeling Zakelijk ook van toepassing geworden in het primair en voortgezet onderwijs, zodat ook het delen en presenteren van informatie voor collega's onderling (onderwijzend en niet-onderwijzend) is geregeld.

Het CvTA ziet erop toe dat Reprorecht voldoende is toegerust om haar taken naar behoren uit te oefenen en bij de uitoefening van haar werkzaamheden voldoende rekening houdt met de belangen van betalingsplichtigen. Reprorecht is lid van de brancheorganisatie VOI©E (Vereniging van Organisaties die Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren) en onderschrijft de VOI©E Governance Code CBO's.

Het belang van het reprorecht

Het belang van het reprorecht

Het reprorecht is belangrijk voor de kennisontwikkeling van Nederlandse organisaties en het voortbestaan van de creatieve sector. Daarmee versterkt het de kenniseconomie in Nederland. Dáár staat Stichting Reprorecht voor. Met een eerlijke en eenvoudige regeling zorgt zij ervoor dat organisaties waardevolle informatie kunnen blijven delen en dat makers hiervoor een passende vergoeding ontvangen. Nu en in de toekomst.

4.3Governance

Bestuursmodel

In 2025 heeft het toezichthoudend bestuur het besluit genomen tot het wijzigen van de statuten, reglementen en functieprofielen om de overgang naar een nieuw bestuursmodel te finaliseren. Op 16 juli 2025 heeft het CvTA zijn wettelijk voorgeschreven instemming verleend voor de statutenwijziging. Op 10 maart 2026 zijn de statuten van Stichting Reprorecht officieel gewijzigd en is het nieuwe bestuursmodel in werking getreden.

Het nieuwe bestuursmodel is een VvR-model, waarbij de besluiten volgens de Wet toezicht worden genomen door de vergadering van rechthebbenden (hierna: VvR) en het bestuur de stichting bestuurt en toezicht houdt op de uitvoering door de dagelijkse leiding.

In het voorgaande, gemengde bestuursmodel nam het toezichthoudend bestuur de volgens de Wet Toezicht aan haar opgedragen besluiten en was ook verantwoordelijk voor het toezichthoudend proces binnen de stichting: dit bleef een uitdaging. In het nieuwe VvR-model zijn besluitvorming en de toezichtsfunctie niet alleen functioneel, maar ook organisch gescheiden. Bovendien is het risico van belangenverstrengeling kleiner omdat leden van de VvR geen bestuurdersverantwoordelijkheid dragen.

Toezichtvisie

Het bestuur vindt toezicht een onlosmakelijk deel van de governance. Het bestuur ziet erop toe dat de reprorechtvergoedingen regelmatig, zorgvuldig en correct worden geïnd en uitgekeerd. Het bestuur gaat na of de personen belast met de dagelijkse leiding deze taakuitoefening efficiënt en verantwoord leiden en geen onnodige risico’s nemen. Toetsen op cultuur en gedrag is onderdeel van het toezicht. Het bestuur heeft gezamenlijk alle kunde en kennis en ervaring die daarvoor nodig is. Over het gevoerde beleid en de prestaties wordt jaarlijks in het jaarverslag verantwoording afgelegd richting rechthebbenden en andere belanghebbenden. Als kader past het bestuur naast de wet en de statuten en reglementen de VOI©E governancecode toe, en de volgende kernwaarden.

  • Betrokkenheid – Reprorecht investeert in bestendige relaties met belanghebbenden, collega’s en partners.
  • Helderheid – Reprorecht maakt de dingen eenvoudiger, niet moeilijker.
  • Daadkracht – Reprorecht stelt zich positief, constructief en flexibel op.
  • Onafhankelijkheid – Reprorecht blijft kritisch ten opzichte van zichzelf, belanghebbenden en partners.

Zelfevaluatie

In 2025 heeft het toezichthoudend bestuur de wijziging van het bestuursmodel afgerond onder begeleiding van een extern deskundige.

Gedragscode integriteit

Stichting Reprorecht heeft belangenconflicten gedefinieerd in haar statuten en reglementen: eventuele nevenfuncties worden vermeld op de website van Reprorecht, www.reprorecht.nl. Er is een meldregeling vermoeden van een misstand of integriteitsschending, zodat medewerkers zich veilig voelen om eventuele vermoedens van misstanden en onregelmatigheden zonder risico voor hun positie te melden. Bovendien is er in het kader van de Arbeidsomstandighedenwet een onafhankelijk vertrouwenspersoon voor het geval een medewerker te maken krijgt met ongewenst gedrag.

Competenties, professionalisering en diversiteit

De VvR en het bestuur hebben gezamenlijk alle kunde en kennis en ervaring die nodig is. Profielen voor de bestuursleden, alsmede de leden van de VvR, zijn te vinden op de website van Stichting Reprorecht: www.reprorecht.nl.

De VvR is paritair samengesteld uit makers- en uitgeversvertegenwoordigers die door de representatieve rechthebbendenorganisaties worden voorgedragen. De VvR bestaat uit zestien personen. Informatie over hun achtergrond, opleiding en branche treft u aan in het overzicht (neven)functies op de website van Reprorecht.

Voor nieuwe leden verzorgt Reprorecht een inwerkprogramma. Reprorecht kent nog geen concrete opleidingsverplichting. Wel stimuleert Reprorecht opleiding en ontwikkeling door te wijzen op cursussen op het gebied van auteursrecht en governance die door VOI©E of andere organisaties worden aangeboden.

Cultuur

Stichting Reprorecht beschrijft haar cultuur met de volgende kernwoorden: open, zorgvuldig, respectvol, verbindend, elkaar kunnen en durven aanspreken, een scherpe discussie aandurven.

Samenwerking met belanghebbenden

De overheid heeft gekozen voor zelfregulatie van het reprorecht. Stichting Reprorecht rekent in ieder geval de volgende partijen tot haar kring van belanghebbenden: vertegenwoordigers van tekstauteurs, beeldmakers en uitgevers vormen de VvR van Reprorecht, zodat de belangen van de rechthebbenden voorop staan. Ook heeft Reprorecht overeenkomsten met haar buitenlandse zusterorganisaties. Daarnaast onderhoudt Reprorecht contact met vertegenwoordigers van het Nederlandse bedrijfsleven en de koepelorganisaties van onderwijs en overheid, namens de relaties die gebruikmaken van de reprorechtregeling. Zo zijn de afspraken tussen de centrale werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland en Reprorecht vastgelegd in het Convenant Regeling Reprorecht Bedrijfsleven.

4.4Transparantieverslag

Algemeen

Op grond van de Wet Toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties en het Besluit transparantieverslag richtlijn collectief beheer moeten collectieve beheersorganisaties verdergaande informatie publiceren dan op basis van BW2 Titel 9 vereist is. Deze publicatieplicht betreft het zogeheten transparantieverslag, dat onderdeel uitmaakt van het directieverslag.

Een aantal vereisten voor het transparantieverslag zijn op grond van andere wet- en regelgeving reeds elders in het jaarverslag opgenomen:

4.5Organisatie

Vergadering van rechthebbenden

Vergadering van rechthebbenden

De VvR vertegenwoordigt alle rechthebbenden op de reprorechtvergoeding: de leden van de VvR kunnen opkomen voor de belangen van hun achterban. Zij neemt besluiten op grond van de Wet toezicht (art. 2d lid 12 WTCBO): het benoemen en ontslaan van de statutaire bestuurders (cf. art. 2d lid 4 WTCBO) en andere belangrijke beleidsbesluiten (cf. art. 2d lid 6 WTCBO) zoals het algemene beleid ten aanzien van de verdeling, een statutenwijziging en de goedkeuring van het transparantierapport. Hiertoe kent de VvR ook een jaarrekeningcommissie, die als taak heeft het adviseren van de vergadering van rechthebbenden over de vaststelling van de jaarrekening en het goedkeuren van het transparantieverslag. De leden van de VvR hebben zo een eenduidige rol; duidelijk onderscheiden van de rol van de leden van het statutaire bestuur die de stichting besturen en toezicht houden op de uitvoering door de dagelijkse leiding.

De VvR heeft zestien leden, waarvan acht voor iedere categorie rechthebbenden, respectievelijk de makers en de uitgevers. De makersleden worden voorgedragen door de gezamenlijke rechthebbendenorganisaties van tekstauteurs en beeldmakers. De uitgeversleden worden voorgedragen door de gezamenlijke rechthebbendenorganisaties van uitgevers. De uiteindelijke zeggenschap over de stichting is daarmee belegd daar waar deze hoort: bij de rechthebbenden.

Auteursvertegenwoordiging

Auteursvertegenwoordiging

De volgende acht erkende representatieve organisaties van makers dragen gezamenlijk de vertegenwoordigende makers voor: 

  1. de Auteursbond;
  2. de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ);
  3. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW);
  4. de Stichting LIRA;
  5. de Beroepsorganisatie Nederlands Ontwerpers (BNO);
  6. de Beroepsorganisatie Dutch Photographers (DuPho);
  7. de Stichting Continuïteit Beeldrecht (thans bestaande uit de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK), de Vereniging Platform Beeldende Kunst (Platform BK), de Beroeps Organisatie Kunstenaars (BOK) en de Kunstenbond;
  8. de Stichting Pictoright.

Uitgeversvertegenwoordiging

Uitgeversvertegenwoordiging

Acht personen vertegenwoordigende de uitgevers worden voorgedragen namens de volgende erkende representatieve organisaties van uitgevers:

  • de Mediafederatie (thans bestaande uit de Media en Educatie voor Vak & Wetenschap (MEVW), de Groep Algemene Uitgevers (GAU) en de Magazine Media Associatie (MMA));
  • de NDP Nieuwsmedia;
  • de Stichting PRO;
  • de Nederlandse Muziek Uitgevers Vereniging (NMUV);
  • de Stichting FEMU.

Leden VvR per 25 juni 2026

​Leden VvR per 25 juni 2026

Rooster van aftreden
  Benoemd per Huidige termijn tot einde
Mw. drs. M.E. Bos u 2026 2030
Dhr. mr. M.K.J. David u 2017 2027
Dhr. drs. M.J.N. Dumoulin u 2026 2029
Mw. drs. C.L.A.W. de Hoon u 2026 2029
Dhr. dr. F.J.M. Huijsmans m 2023 2027
Dhr. drs. E.J. Loon u 2026 2030
Dhr. R.F. Sandvoort m 2026 2028
Mw. drs. A. Schellenbach m 2026 2030
Dhr. drs. G.J.G. Schinkel u 2018 2027
Dhr. drs. M.A. van der Spek u 2026 2028
Mw. mr. I. Terpstra u 2023 2028
Mw. drs. F.A.M.L. Tonk m 2023 2028
Mw. A.C. Verhoef m 2025 2029
Dhr. mr. J. Vreeling m 2026 2029
Mw. mr. A.R. de Winter m 2019 2027
Vacature m - 2030

Mutaties 1 januari 2025 – 25 juni 2026

Mutaties 1 januari 2025 – 24 juni 2026

Met het van kracht worden van de statutenwijziging d.d. 10 maart 2026 is de vergadering van rechthebbenden ingesteld: er waren geen mutaties tot 24 juni 2026.

Bestuur

Bestuur

Het bestuur bestuurt de stichting en neemt wat dat betreft alle besluiten, binnen de kaders die door de VvR zijn gesteld. Het bestuur kan de dagelijkse leiding over de uitvoering van zijn beleid en werkzaamheden beleggen bij een directeur en houdt daarop toezicht. Het bestuur adviseert de directeur bij de beleidsvoorbereiding voor het bestuur en de VvR. Het bestuur toetst de nadere verdeling door verdeelorganisaties.

Het bestuur heeft vier leden: een onafhankelijk voorzitter en een onafhankelijk bestuurslid financiën voorgedragen door het bestuur, een bestuurslid vertegenwoordigende de makers voorgedragen door de acht VvR-makersleden gezamenlijk en een bestuurslid vertegenwoordigende de uitgevers voorgedragen door de acht VvR-uitgeversleden gezamenlijk. Alle bestuursleden worden benoemd door de VvR.

Leden bestuur per 25 juni 2026

​Leden bestuur per 25 juni 2026

Rooster van aftreden
  Benoemd per Huidige termijn tot einde
Mw. mr. G.J.A. Valkering onafhankelijk voorzitter 2017 2026
Mw. drs. C.A.M. Molenaar RA onafhankelijk bestuurslid financiën 2026 2028
Dhr. mr. A. Mouret bestuurslid vertegenwoordigende de makers 2026 2029
Dhr. drs. L. Duurinck bestuurslid vertegenwoordigende de uitgevers 2020 2027

Mutaties 1 januari 2025 – 25 juni 2026

Mutaties 1 januari 2025 – 24 juni 2026

Teruggetreden uit het toezichthoudend bestuur per juni 2025: Van Gompel.
Eervol ontslag uit het toezichthoudend bestuur per maart 2026: Balk, Bekink, Bon, Boon, David, Haagmans, Holthuis, Huijsmans, Janssen, Schinkel, Terpstra, Tonk, Verhoef, De Winter.

Benoemd tot het bestuur per maart 2026: Molenaar, Mouret.

Overzicht van de (neven)functies van de leden

Overzicht (neven)functies van de leden van de VvR en het bestuur

De leden van het bestuur in 2025 en de directeur hebben, in het kader van artikel 2e derde lid j° artikel 2f derde lid van de Wet toezicht, verklaard dat zij in 2025 als rechthebbende geen reprorechtvergoedingen hebben ontvangen rechtstreeks van Stichting Reprorecht en dat zij geen direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van Reprorecht. Op de website van Reprorecht vindt u een overzicht van alle (neven)functies van de leden van de VvR, het bestuur en de directeur van Reprorecht.

Transparantie van het toezicht

Transparantie van het toezicht

Stichting Reprorecht hecht aan transparantie, zij onderschrijft de VOI©E Governance code. 

Elk jaar publiceert Reprorecht een openbaar jaarverslag voor het afleggen van verantwoording aan belanghebbenden, toezichthouders en overige geïnteresseerden. Het jaarverslag bevat eveneens de informatie die op grond van de implementatie van Richtlijn 2014/26/EU opgenomen moet worden in een jaarlijks transparantieverslag. De vereisten met betrekking tot het transparantieverslag worden in het bestuursverslag verwerkt. Waar deze vereisten onderdeel uitmaken van de jaarrekening wordt volstaan met de vermelding in de jaarrekening. Onze externe accountant heeft deze jaarrekening gecontroleerd. Reprorecht verzendt aan collectieve beheersorganisaties namens wie zij rechten beheert op grond van een vertegenwoordigingsovereenkomst jaarlijks een bekendmaking volgens artikel 2n Wet toezicht.

Risicobeheersing

Risicobeheersing

Het bestuur van Stichting Reprorecht is zich bewust van de risico’s die het gevolg zijn van haar activiteiten als collectieve beheersorganisatie. Reprorecht maakt voor haar operationele activiteiten gebruik van de diensten van Cedar B.V. Het bestuur en de directie van Reprorecht zijn verantwoordelijk voor het in overleg met Cedar onderkennen, analyseren en beheersen van de risico’s. De risico’s worden onderverdeeld naar strategische, governance-, financiële en operationele risico’s. De risicobereidheid van de stichting om haar doelstellingen te bereiken kan getypeerd worden als risicomijdend. Voor gesignaleerde risico’s worden maatregelen, met checks en balances, ter reducering getroffen.

Strategische risico’s: Reprorecht is sterk afhankelijk van de mandaten van Stichting Lira, Stichting Pictoright, Stichting PRO, Stichting FEMU en buitenlandse zusterorganisaties, van wet- en regelgeving op auteursrechtelijk gebied, alsmede van (technologische) ontwikkelingen in het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken. Ook is Reprorecht sterk afhankelijk van het behoud van draagvlak bij bedrijven en instellingen en scholen in het basis- en voortgezet onderwijs. Reprorecht is betrokken bij relevante ontwikkelingen binnen haar werkterrein.

Governance risico’s: Reprorecht moet als collectieve beheersorganisatie (cbo) voldoen aan de eisen van de ‘Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten’ en valt op basis van deze wet onder het toezicht van het CvTA. Ook is de WNT van toepassing op de
bezoldiging van topfunctionarissen. Reprorecht heeft een formele scheiding tussen de VvR, het bestuur en de directie, alsmede tussen de directie en de feitelijke uitvoering van de operationele processen door medewerkers van Cedar B.V. Reprorecht onderschrijft de VOI©E Governance Code en hecht aan eenheid en bestuurbaarheid van de VvR en het bestuur.

Financiële risico’s: Reprorecht int, verdeelt en beheert omvangrijke geldstromen. In de operationele en financiële processen zijn diverse maatregelen van interne controle getroffen, waaronder controle-technische functiescheidingen en gelimiteerde tekenbevoegdheden. De gelden worden geïnd in euro’s en op kasbasis verantwoord. De gelden staan uit bij meerdere grote banken in Nederland. Het bestuur van Reprorecht heeft een Statuut middelenbeheer vastgesteld waarin het beleid met betrekking tot het beheer van de beschikbare gelden is vastgelegd. Voor het middelenbeheer zal Cedar B.V. bij de uitvoering van taken de uitgangspunten zoals neergelegd in het Statuut middelenbeheer volgen en respecteren. De verantwoordelijkheid voor het middelenbeheer ligt bij het bestuur van Reprorecht. De uitvoering van het vastgestelde beleid ligt bij de directie van Reprorecht en de controller van Cedar.

Operationele risico’s: Reprorecht factureert een zeer groot aantal gebruikers en keert vergoedingen uit aan een beperkt aantal beheersorganisaties. De stichting maakt gebruik van de dienstverlening van Cedar B.V., waarbij gebruik gemaakt wordt van complexe geautomatiseerde systemen, waaronder webportals. De beschikbaarheid en betrouwbaarheid van deze systemen is van groot belang. Cedar borgt deze beschikbaarheid en betrouwbaarheid onder meer door toegangsbeveiliging en beveiligingstests door externe partijen.

Bureau en Toezicht

Bureau en Toezicht

Stichting Reprorecht heeft op basis van een dienstverleningscontract de uitvoering van haar activiteiten ondergebracht bij het Centrum voor Dienstverlening Auteurs- en aanverwante Rechten (Cedar B.V.). Cedar voert de volledige facilitaire dienstverlening uit voor zeven auteursrechtenorganisaties (cbo’s):

  • Stichting Leenrecht
  • Stichting Lira
  • Stichting PRO
  • Stichting Reprorecht
  • Stichting de Thuiskopie
  • Stichting UvO
  • Stichting VEVAM

Daartoe behoren diensten als ICT, juridische zaken, financiële administratie, communicatie, huisvesting en personeelszaken. Daarnaast heeft Reprorecht zitting in het bestuur van Stichting Cedar, de aandeelhouder van Cedar B.V. Het bestuur van de Stichting Cedar houdt toezicht op de uitvoering ten behoeve van de zeven aangesloten cbo’s. Het bureau van Reprorecht is het uitvoeringsorgaan van het bestuur. De werkzaamheden worden uitgevoerd door medewerkers die functioneel worden aangestuurd door de directeur van de stichting, de heer M.P. Bakker Schut.

Klachten en bezwaren

Klachten en bezwaren

Als Stichting Reprorecht doen wij er alles aan om onze werkzaamheden in de keten van inning en verdeling van vergoedingen zorgvuldig uit te voeren. Reprorecht heeft een klachten- en geschillenprocedure. Klachten over bijvoorbeeld de administratieve afhandeling worden via deze procedure op correcte wijze afgehandeld. In het verslagjaar hebben wij één klacht ontvangen en afgehandeld. 

VOI©E

VOI©E

Stichting Reprorecht is lid van de Vereniging van Organisaties die het Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren, kortweg VOI©E. De vereniging streeft ernaar het begrip voor de uitoefening van het auteursrecht en de naburige rechten te vergroten en de informatie over de werkwijze van collectieve beheersorganisaties te verbeteren. VOI©E fungeert namens de collectieve beheersorganisaties als aanspreekpunt voor vragen over de collectieve uitvoering van het auteursrecht en naburige rechten. Daarnaast vervult VOI©E de functie van meldpunt voor kritiek of klachten. Reprorecht onderschrijft de VOI©E Governance code. Meer informatie hierover vindt u op de website van VOI©E.

College van Toezicht Auteursrechten (CvTA)

College van Toezicht Auteursrechten (CvTA)

Op 15 juli 2003 is de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten in werking getreden (‘Wet toezicht’). Deze wet heeft geleid tot de instelling van het College van Toezicht Auteursrechten (hierna: CvTA). Het CvTA is belast met het toezicht op de inning en de verdeling van vergoedingen door collectieve beheersorganisaties. Het CvTA ziet er onder meer op toe dat deze collectieve beheersorganisaties een overzichtelijke administratie bijhouden, de verschuldigde vergoedingen op rechtmatige wijze innen en tijdig verdelen onder rechthebbenden, transparante tariefstructuren hanteren en voldoende zijn toegerust om hun taken naar behoren uit te voeren.

Het College van Toezicht Auteursrechten is als volgt samengesteld:

  • Dhr. drs. A.J. Koppejan, voorzitter
  • Mw. dr. L.N.M. Kroon
  • Dhr. dr. S.J. Van Gompel

Het CvTA wordt ondersteund door secretaris-directeur mw. mr. W.E. Hoge.

Commissie van Beroep

Commissie van Beroep

Een rechthebbende kan bij de Commissie van Beroep in beroep gaan tegen beslissingen van Stichting Reprorecht. Het gaat hier om beslissingen waartegen op grond van artikel 7.3 van het Reglement Uitkeringen van Reprorecht de mogelijkheid voor beroep open staat. Sinds 2015 heeft de Commissie geen beroepschrift ontvangen. Op onze website www.reprorecht.nl vindt u de contactgegevens van de Commissie van Beroep en het Reglement van Beroep.