Stichting PRO in 2023
5.1 Stichting PROin 2023
Repartitie
De repartitie bedroeg in het jaar 2023 17,9 mln euro (2022: 18,4 mln). Van Stichting de Thuiskopie zijn eind 2023 nog gelden ontvangen die niet meer in het boekjaar uitgekeerd konden worden.
(in euro's x 1.000)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie | Leenrecht | Reprorecht | Thuiskopie | CLIP |
|---|---|---|---|---|
| 2023 | 3.312 | 11.479 | 3.139 | 0 |
| 2022 | 3.575 | 13.752 | 1.024 | 0 |
| 2021 | 2.060 | 14.261 | 744 | 0 |
Sectie PRO leenrechtvergoeding Uitgevers
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie Leenrecht | dBos | Geschriften | Periodieken | Multimedia | Literomgelden |
|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 485 | 2.564 | 228 | 12 | 23 |
| 2022 | 1.692 | 1.692 | 147 | 13 | 31 |
| 2021 | 0 | 1.846 | 164 | 12 | 38 |
| 2020 | 0 | 2.779 | 253 | 44 | 32 |
| 2019 | 0 | 2.502 | 221 | 35 | 93 |
Sectie PRO leenrechtvergoeding Uitgevers
Openbare bibliotheken betalen voor het uitlenen van werken een vergoeding aan Stichting Leenrecht. Het gaat daarbij om boeken, tijdschriften en multimediaproducten. Daarvan wordt het aan uitgevers toekomende deel door de sectie PRO Uitgeversaandelen Leenrecht (PLU) van Stichting PRO verdeeld. De repartitie van de gelden vindt in de regel eenmaal per jaar plaats. De verdeling van gelden is gebaseerd op de daadwerkelijke uitleningen. Van tientallen miljoenen uitleningen is bekend om welke werken het gaat. Hierdoor is het mogelijk om deze gelden titelspecifiek uit te keren aan uitgevers.
Het aantal uitleningen heeft zich redelijk hersteld na de coronaperiode. In die periode moesten de bibliotheken immers dicht waardoor het aantal uitleningen drastisch daalde. Alhoewel het totaal aantal uitleningen zich niet volledig hersteld, is de incasso wel redelijk hersteld. Dat heeft alles te maken met de hoge inflatiecorrectie op de tarieven per uitlening. De tarieven worden vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen Leenvergoedingen (StOL). In de StOL hebben zowel de betalingsplichtigen als de rechthebbenden zitting.
De rechtenopbrengst in de leenrechtregeling staan overigens structureel onder druk. Jaarlijks daalt de totale incasso van Stichting Leenrecht. Deze structurele daling wordt veroorzaakt door een scala aan ontwikkelingen. Een logische verklaring is dat er minder werken worden uitgeleend. Dat is echter maar een deel van de oorzaak van de dalende incasso. Zo worden de verlengingen sinds enige jaren niet meer afgerekend en de bezuinigingen op bibliotheekbudgetten leiden tot sluitingen van de kleine vestigingen.
De bibliotheek op school (dBoS)
Daarnaast heeft een deel van de bibliotheken besloten de collectie onder te brengen bij schoolbibliotheken: de bibliotheek op school (dBos). Deze schoolbibliotheken zijn bij wet vrijgesteld van het betalen van de leenrechtvergoeding waardoor deze uitleningen niet meer (volledig) worden geregistreerd en afgerekend. Er is een regeling overeengekomen met alle belanghebbenden en het Ministerie van OCW waarbij er in 2023 wederom een vergoeding beschikbaar is gesteld door OCW. Het uitgeversaandeel van deze vergoeding bedraagt€ 489.556. Er is (nog) geen titelspecifieke data beschikbaar. Dat betekent dat PRO de verdeling baseert op data van de openbare bibliotheken van werken waarvan bekend is dat deze werken de collectie vormen van de schoolbibliotheken. Het gaat daarbij uiteraard veelal om jeugdboeken. Door het gebrek aan titelspecifieke informatie blijft deze methode grofmaziger dan de reguliere leenrechtuitkering. Daarom is 1% gereserveerd voor mogelijke claims. Omdat er geen titelspecifieke gegevens beschikbaar zijn, kan deze geldstroom niet zonder meer samengevoegd worden met de reguliere uitkering. Daarom is ook dit verslagjaar gewerkt met twee inhoudingspercentages. Een inhouding van 7,5% voor de reguliere leenrechtuitkering, en een inhouding van 3,5% voor de dBoS uitkering.
Door het relatief lage bedrag en het grote aantal uitgevers dat normaliter een uitkering ontvangt, ontvangen veel uitgevers geen vergoeding omdat hun aandeel onder de 50 euro uitkomt. Er is uiteindelijk aan 189 uitgevers een vergoeding uitgekeerd.
- # uitgevers in bronbestand 1161
- # uitgevers in bagatellenregeling 971
- # uitgevers in verdeling 190
- # uitgevers uitgekeerd 189
Sectie PRO Thuiskopie
Volgens de Nederlandse Auteurswet, artikel 16b lid 1 en artikel 16c lid 1, en de Wet op de Naburige rechten, artikel 10, wordt het 'reproduceren van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst' niet beschouwd als inbreuk op het recht van de maker of de uitvoerende kunstenaar ervan, mits aan alle daarvoor geldende voorwaarden is voldaan. Een van de belangrijkst voorwaarden is het afdragen van een billijke vergoeding. De Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding (SONT) bepaalt het tarief per drager. Stichting de Thuiskopie incasseert deze vergoeding bij alle producenten en importeurs van deze apparaten en heeft Stichting PRO aangewezen om het uitgeversaandeel uit te keren.
In 2018 heeft Stichting PRO voor het eerst de thuiskopiegelden kunnen aanbieden aan uitgevers en producenten. De verdeling binnen thuiskopie wordt deels gebaseerd op onderzoek naar de opslag van content. Vervolgens ontvangt Stichting PRO het uitgeversaandeel binnen de categorie geschriften. De gelden worden vervolgens onderverdeeld op basis van de gegevens die beschikbaar zijn over de directe digitale consumentenomzet per categorie. Vervolgens zijn binnen deze categorieën de omzetten van uitgevers opgevraagd.
Het aandeel voor de educatieve uitgevers is toegevoegd aan de repartitie van de readergelden (stichting UvO).
Rechtenopbrengsten en repartitie
In dit verslagjaar is er € 4,2 miljoen ontvangen vanuit Thuiskopie (2022: € 924.000). Er zijn twee belangrijke oorzaken voor deze dramatische stijging. Al in 2022 is er overeenstemming bereikt over de zogenoemde 50/50 verdeling tussen makers en uitgevers. Dit was het directe gevolg van de HP/Reprobelfix (zie toelichting hieronder). De externe toezichthouder (het College van Toezicht op Auteursrechtenorganisaties, CvTA) had echter wat meer tijd nodig om deze verdeling te accorderen. Uiteindelijk is deze goedkeuring dit verslagjaar gegeven waardoor Thuiskopie deze nieuwe verhouding kon toepassen op de verdeling, inclusief de incassojaren 2021 en 2022. Daarnaast is er net voor het einde van het verslagjaar binnen Thuiskopie overeenstemming bereikt over het beschikbaar stellen van een deel van de gereserveerde gelden die betrekking hebben op de jaren 2029 en 2020. Daardoor ontving PRO nog een aanvullende € 883.292 vanuit Thuiskopie. Deze gelden worden in 2024 toegevoegd aan de reguliere repartitie.
HP/Reprobelfix
Het aandeel voor uitgevers is gecorrigeerd op basis van de gegevens over het aandeel makers in loondienst. Immers, de HP/Reprobeldiscussie (waarbij de Europese rechter bepaalde dat uitgevers geen rechthebbenden zijn van vergoedingen uit wettelijke regelingen, bekend als het HP/Reprobel arrest) is van toepassing op de wettelijke thuiskopieregeling waardoor er alleen een aandeel beschikbaar is voor makers. Voor uitgevers betekent dit dat er een aandeel wordt berekend op basis van het aandeel makers in loondienst (op basis van het werkgeversauteursrecht) binnen een bepaalde sector.
Inmiddels is er echter een nieuwe juridische werkelijkheid. De Nederlandse wetgever heeft de zogenoemde HP/Reprobelfix geïmplementeerd waardoor uitgevers wederom gelden kunnen ontvangen uit dit soort collectieve regelingen. In 2022 heeft Stichting PRO met Stichting Lira (CBO van tekstmakers) en Pictoright (CBO van beeldmakers) overeenstemming bereikt over deze verdeling. Afgesproken is om de reguliere 50/50 verdeling tussen makers en uitgevers te hanteren. Die overeenstemming is een belangrijk succes en leidt tot een situatie waarbij uitgevers een redelijke vergoeding ontvangen vanuit de thuiskopieregeling.
Regeling Thuiskopie onder druk
De regeling staat praktisch continu ter discussie. Er is discussie over de wijze waarop de Nederlandse wetgever Europese richtlijnen implementeert (er wordt bij elke herziening serieus overwogen om het verbodsrecht in te voeren om af te zijn van deze heffing). Maar er is tevens discussie over de wijze waarop gebruikers privékopieën kunnen maken, op welke apparaten en in hoeverre dit gebruik nog onder de thuiskopie-exceptie valt. Het gebruik verandert immers dermate snel, dat er veel rechtszaken over deze heffing zijn -en nog worden- gevoerd, zowel op nationaal als internationaal niveau. Daarnaast is de discussie over de verdeelsleutel binnen Thuiskopie (welke groepen rechthebbenden krijgen welk aandeel) nog niet afgrond.
Sectie PRO Reprorecht
Stichting Reprorecht is door de Minister van Justitie aangewezen om de wettelijke reprorechtvergoeding te innen en uit te keren. Organisaties van uitgevers, tekstauteurs en beeldmakers hebben Reprorecht daarnaast gemandateerd om vergoedingen voor bepaalde digitale vormen van hergebruik te innen. Zo is geborgd dat individuele rechthebbenden ook hiervoor hun vergoeding kunnen ontvangen: zonder collectieve regeling is dit vrijwel onmogelijk te organiseren. In de reprorechtregelingen zijn de wettelijke vergoeding voor fotokopiëren en de licentievergoeding voor digitaal hergebruik samengebracht.
De reprorechtvergoeding is een auteursrechtenvergoeding voor het op papier en digitaal kopiëren uit auteursrechtelijk beschermde werken en het delen van deze kopieën binnen bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen in Nederland.
De Reprorechtregeling voor het bedrijfsleven is in 2013 uitgebreid waardoor de mogelijkheid is gecreëerd om naast fotokopiëren ook het digitaal hergebruik af te rekenen met Stichting Reprorecht. Stichting Reprorecht vertegenwoordigt voor het analoge hergebruik (fotokopieën), alle uitgevers dankzij een wettelijke aanwijzing. Mandaten van groepen rechthebbenden zijn echter onontbeerlijk om tevens het digitale hergebruik in het bedrijfsleven te kunnen faciliteren. PRO Mandaat heeft deze mandaten verworven bij de uitgevers en vervolgens Stichting Reprorecht de opdracht gegeven om namens de uitgevers de regeling uit te voeren. Op basis van de huidige verdeling van Reprorechtgelden, vertegenwoordigt PRO Mandaat praktisch 100% van de uitgeversaandelen doordat meer dan 500 uitgevers een mandaat hebben afgegeven.
De afgelopen jaren is er discussie gevoerd tussen alle groepen rechthebbenden binnen Stichting Reprorecht over de verdeling. Dit heeft uiteindelijk geleidt tot een situatie waarbij de makers de gelden voor de categorie vak-, educatief en wetenschappelijke bladen en boeken uitgekeerd krijgen via Lira, en de uitgevers hun aandelen via Stichting PRO. De systematiek voor de verdeling aan uitgevers is ongewijzigd ten opzichte van de systematiek die Stichting Reprorecht hanteerde. Op basis van onderzoek is er inzicht welke type content in welke verhouding wordt gebruikt. Binnen deze categorieën geven uitgevers vervolgens hun omzet op.
De sectie vergadert minimaal tweemaal per jaar en bestaat uit de uitgeversvertegenwoordigers die zitting hebben in het toezichthoudend bestuur van Stichting Reprorecht.
Rechtenopbrengsten en repartitie
Totaal is er € 11,5 miljoen ontvangen vanuit Stichting Reprorecht. De gelden worden verdeeld aan meer dan 300 uitgevers (educatief, vak-en wetenschappelijk en dagbladen) die hun omzet opgeven aan PRO.
Er is dit jaar vooral veel ondersteuning geleverd aan Reprorecht om inzicht te krijgen in het hergebruik bij gebruikers (incasso-onderzoek) en het actualiseren van de verdeling (welke groep krijgt welk aandeel, het zogenoemde repartitie-onderzoek). Het bureau en de sectie hebben input geleverd in talloze werkgroepen. Het komende jaar staat vooral in het teken van het actualiseren van de regelingen van Reprorecht. Ook dit proces zullen de uitgevers maximaal ondersteunen.