
3.1 Over UvO
Over ons
Stichting UvO is een auteursrechtenorganisatie voor uitgevers in binnen- en buitenland, waaronder uitgevers van vak- en wetenschappelijke publicaties en educatieve uitgaven. De content van uitgevers wordt gebruikt en hergebruikt (gekopieerd, verveelvoudigd) in het (hoger) onderwijs. Wij maken dat hergebruik mogelijk en zorgen er tegelijkertijd voor dat uitgevers – en daarmee ook hun auteurs – een eerlijke vergoeding krijgen voor dit hergebruik van hun werk. Onderwijspublicaties zijn namelijk onmisbaar voor onze kenniseconomie. De core business van UvO, het ‘collectief beheer’ van auteursrechten, is administratief: factureren en verdelen. Dit alles doen we zonder winstoogmerk. Om het aandeel voor uitgevers zo hoog mogelijk te houden, gaan de inkomsten alleen naar de rechthebbenden en worden niet aangewend voor sociale, culturele of educatieve diensten.
Stichting UvO werd in 2019 opgericht, toen de activiteiten met betrekking tot de readerregelingen werden gesplitst van Stichting PRO. De regelingen worden op dezelfde manier uitgevoerd, waarbij de vrijwaring voor hergebruik ongewijzigd blijft en de bestaande contracten, mandaten en voorwaarden zijn overgedragen aan Stichting UvO. Stichting UvO vertegenwoordigt momenteel ruim 700 Nederlandse uitgevers en, via IPRO, de grootste buitenlandse uitgevers.
Wat UvO doet
Onderwijsinstellingen betalen een vergoeding voor overnames uit auteursrechtelijk beschermde werken die in onderwijspublicaties worden opgenomen. UvO incasseert en verdeelt deze vergoedingen onder de uitgevers. UvO werkt daarbij nauw samen met de Stichting International Publishers Rights Organisation (IPRO), opgericht door de International Association of Scientific, Technical and Medical publishers (STM) ten behoeve van de betrokken buitenlandse uitgevers. Voor de uitvoering van de readerregeling zijn de incasso-activiteiten van Stichting IPRO volledig geïntegreerd binnen UvO. IPRO is tevens een zelfstandige collectieve beheersorganisatie met een eigen jaarverslag waarin alle relevante informatie is opgenomen.
Voor de onderwijsmarkt kan UvO als één aanspreekpunt opereren voor het regelen van rechten voor overnames voor onderwijsdoeleinden. Een groot deel van de activiteiten is gebaseerd op de onderwijsexceptie van artikel 16 uit de Auteurswet. Door deze onderwijsexceptie is geen toestemming nodig voor het gebruik van korte overnames ten behoeve van het onderwijs, mits er een billijke vergoeding wordt afgedragen aan rechthebbenden. Toestemming is wel vereist voor het overnemen van de zogenoemde niet-korte overnames. Meer dan 700 Nederlandse uitgevers hebben UvO een mandaat gegeven voor de afhandeling van deze niet-korte overnames. Daarnaast kan UvO via het mandaat van IPRO ook voor de buitenlandse uitgevers de korte en niet-korte overnames verwerken. Dit onderscheid tussen korte en niet-korte overnames werkt door in de vrijwaring welke UvO in dat geval kan afgeven aan gebruikers. Door betaling van een redelijke vergoeding voor korte overnames, kan worden gevrijwaard voor alle rechthebbenden. Voor de afgedragen vergoedingen met betrekking tot de niet-korte (titelspecifieke) overnames leunt UvO op de vrijwaringen die worden afgegeven.
Het overgrote deel van de door UvO geïnde gelden is afkomstig uit jaarlijkse afkoopsommen die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten met enerzijds de Vereniging Hogescholen en anderzijds de Universiteiten van Nederland (UNL, voorheen VSNU). Deze afkoopsommen zijn gebaseerd op tarifering en gebruiksvolumes. De overige inkomsten bestaan uit titelspecifieke gelden afkomstig uit toestemmingsaanvragen en uit naheffingen bij geconstateerde ongeoorloofde dan wel ongeautoriseerde overnames.
UvO streeft naar een maximale uitkering van geïnde gelden aan rechthebbenden, met alleen een inhouding voor gemaakte kosten. Het inhoudingspercentage ter dekking van deze kosten bedraagt 7% in 2024 (2023: 8%). Daarnaast wordt er voor controle en handhaving een aanvullende 2,5% ingehouden waardoor het totaal aan inhouding 10,5% bedraagt (2023: 10,5%). De drie typen geldstromen (afkoopsommen, titelspecifieke gelden en de zogenoemde naheffingen) worden jaarlijks eenmaal aan rechthebbenden aangeboden.

Onze tarieven
De huidige door UvO gehanteerde paginatarieven voor overnames uit werken ten behoeve van het onderwijs zijn oorspronkelijk gebaseerd op een overeenkomst tussen uitgevers en onderwijsinstellingen in de jaren negentig van de vorige eeuw. Er zijn tarieven voor korte overnames en lange overnames, en separate tarieven voor beeldmateriaal en voor ongeoorloofde overnames. De internationale uitgevers hanteren licht hogere tarieven dan de Nederlandse uitgevers. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd, waarbij niet alleen wordt gekeken naar inflatie maar ook naar de ontwikkeling van het prijspeil van educatieve en wetenschappelijke content. Een belangrijk richtsnoer voor UvO is dat de berekende paginatarieven voor hergebruik de primaire exploitatie van de uitgevers niet in gevaar brengen. Onder primaire exploitatie wordt hier verstaan het aanbod aan educatieve en wetenschappelijke boeken en tijdschriften ten behoeve van studie en onderzoek.
Onze organisatiestructuur
Het toezichthoudend bestuur van Stichting UvO bestaat enerzijds uit functionarissen werkzaam bij Nederlandse uitgevers welke actief zijn in het hoger onderwijs en worden voorgedragen en benoemd door de Mediafederatie en anderzijds uit leden die worden voorgedragen en benoemd door Stichting IPRO. Per jaareinde bestaat het toezichthoudend bestuur uit drie vertegenwoordigers namens de internationale uitgevers, en twee vertegenwoordigers namens de Nederlandse uitgevers. Het toezichthoudend bestuur heeft een onafhankelijke voorzitter (niet in dienst bij een rechthebbende). Voor de bestuurssamenstelling wordt verwezen naar de laatste pagina’s van dit jaarverslag. Het bestuur van UvO vergadert minimaal viermaal per jaar. De dagelijkse leiding is in handen van de directeur van de stichting.
Organisatievorm
Stichting UvO heeft op basis van een dienstverleningsovereenkomst de uitvoering van haar activiteiten ondergebracht bij Cedar B.V. (Centrum voor Dienstverlening Auteurs- en aanverwante Rechten). Gedurende het verslagjaar zijn bij Cedar gemiddeld 5,3 fte werkzaam geweest ten behoeve van Stichting UvO. Daarnaast is Stichting UvO vertegenwoordigd in het bestuur van Stichting Cedar: de aandeelhouder van Cedar B.V.
Cedar voert de volledige facilitaire dienstverlening uit voor zeven auteursrechtenorganisaties: Stichting Leenrecht, Lira, PRO, UvO, Reprorecht, de Thuiskopie en VEVAM. Dit omvat financiële administratie, huisvesting en personeelszaken.
Branchevereniging
Stichting UvO is lid van de Vereniging van Organisaties die het Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren, kortweg VOI©E. De vereniging streeft ernaar het begrip voor de uitoefening van het auteursrecht en de naburige rechten te vergroten en de informatie over de werkwijze van de collectieve beheersorganisaties (CBO’s) te verbeteren. VOI©E fungeert namens de CBO’s als aanspreekpunt voor vragen over de collectieve uitoefening van het auteursrecht en de naburige rechten. Daarnaast vervult VOI©E de functie van meldpunt voor kritiek of klachten. Praktisch alle CBO’s in Nederland zijn lid van VOI©E en verbinden zich aan de Governance Code, waarvan VOI©E de naleving bewaakt. Binnen VOI©E worden afspraken gemaakt over de financiering van Brein. Ook Stichting UvO financiert de piraterijbestrijding door Stichting Brein. De directeur van UvO is tevens bestuurslid van VOI©E.
De VOI©E Governance Code CBO’s 2021 biedt een normatief kader voor goed bestuur van en toezicht op CBO’s.
Toezichthouder
Het College van Toezicht Auteursrechten (CvTA) is belast met het toezicht op collectieve beheersorganisaties. Dit toezichtsorgaan is opgericht op basis van de Wet toezicht. Het CvTA ziet er onder meer op toe dat de collectieve beheersorganisaties een overzichtelijke administratie bijhouden, de verschuldigde vergoedingen op rechtmatige wijze innen en tijdig verdelen onder rechthebbenden, transparante tariefstructuren hanteren en voldoende zijn uitgerust om hun taken naar behoren uit te voeren. Aan het College komt in het kader van zijn taakuitoefening een aantal bevoegdheden toe: een adviesrecht, informatierecht, toegangsrecht, inzagerecht, de bevoegdheid tot het benoemen van accountants en de bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen.
De Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten trad op 15 juli 2003 in werking en werd op 26 november 2016 gewijzigd om Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad te implementeren.
Schematisch overzicht stakeholders UvO
UvO zit tussen twee sectoren in: uitgevers en onderwijsinstellingen. De content van uitgevers wordt gebruikt in het hoger onderwijs (hbo’s en universiteiten). UvO maakt dat gebruik mogelijk en zorgt er tegelijkertijd voor dat uitgevers – en daarmee hun auteurs – ook een eerlijke vergoeding krijgen voor dit (her)gebruik van hun werk. Hieronder een overzicht van het relatienetwerk:
