Jaaroverzichten inning en verdeling
6.1 Jaaroverzichten inning en verdeling
Rechtenopbrengsten
Overheid
De afgelopen jaren zijn de bij overheidsinstellingen geïnde vergoedingen stabiel. Stichting Reprorecht sluit overeenkomsten met individuele instellingen en
koepelorganisaties van de overheid. Deze zijn gebaseerd op onderzoek naar het kopieergedrag, en op een wettelijk bepaald tarief. Onder overheidsinstellingen
verstaan wij onder meer:
- Instanties werkzaam in het algemeen belang;
- politie;
- gemeenten;
- provincies;
- bibliotheken;
- waterschappen;
- intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
- ministeries;
- Rijkswaterstaat.
Onderwijs
Stichting Reprorecht sluit overeenkomsten met koepelorganisaties voor de regelingen voor de verschillende sectoren binnen het onderwijs:
- de PO-Raad en de VO-raad voor het primair en voortgezet onderwijs;
- de MBO Raad voor het MBO;
- de Vereniging Hogescholen (voorheen: de HBO-raad) voor het HBO;
- de Universiteiten van Nederland (voorheen: de VSNU) voor de universiteiten.
Bedrijfsleven
Het jaar 2023 was het eerste jaar in de factuurcyclus 2023-2024 voor bedrijven t/m 19 fte, en moet daarom worden beschouwd ten opzichte van de inning in 2021.
De inning bij de sector bedrijfsleven fluctueert over de jaren. Stichting Reprorecht werkt continu aan het verbeteren van de service- en dienstverlening aan het
bedrijfsleven. Om te kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de markt, houdt Reprorecht contact met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, zoals VNO-NCW en MKB-Nederland.
Buitenland
Stichting Reprorecht heeft nauwelijks invloed op de omvang van de ontvangsten uit het buitenland. De buitenlandse zusterorganisaties hanteren uiteenlopende
systemen voor hun verdeling en uitkering en keren niet altijd jaarlijks uit. Reprorecht sluit met haar zusterorganisaties overeenkomsten van het type A (Transfer
of Funds) of type B (Repertoire Exchange). Een overzicht van landen waarmee Reprorecht inmiddels een overeenkomst heeft vindt u in het Transparantieverslag. Reprorecht werkt nauw samen met haar buitenlandse zusterorganisaties binnen de International Federation of Reproduction Rights Organisations (IFRRO). Uitgebreide
informatie hierover vindt u op www.ifrro.org.
Repartitie
In 2023 reparteerde Lira bijna 30 miljoen euro, een daling ten opzichte van het gereparteerde recordbedrag van 35 miljoen in het voorgaande jaar 2022. Alleen de thuiskopie- en de e-lending-verdelingen waren (iets) hoger dan het voorgaande jaar.
Voor wat betreft de lagere verdelingen voor reprorecht en leenrecht, werd het beeld over 2022 vertekend wegens de uitzonderlijke hoge repartities door de uitkering van hoge reserves (reprorecht) en hoge eenmalige uitkeringen voor dBos en vergoedingen uit België (leenrecht). Iets soortgelijks geldt voor de audiovisuele repartitie: de BMS (kabel) repartitie was in 2022 extra hoog wegens het in verdeling brengen van nagekomen betalingen over eerdere jaren. Voor EMS (VOD) heeft Lira in 2023 alleen over oudere jaren geïncasseerd en nog niet gereparteerd. Het model dat in 2015 via een Convenant is vastgelegd met de Nederlandse omroepen, producenten en distributeurs, verenigd in RODAP, leidt helaas in de praktijk slechts tot een zeer beperkte incasso. Ook werden er vrijwel geen gegevens omtrent het on-demand gebruik van filmwerken door de VOD aanbieders aangeleverd.
In 2023 heeft Stichting Lira wederom dBos gelden ontvangen van Stichting Leenrecht, op grond van een overeenkomst tussen De Staat der Nederlanden en Stichting Leenrecht. Deze overeenkomst is bedoeld om de effecten te compenseren van een geïntensiveerde samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bibliotheken, waarbij delen van de collecties van de openbare bibliotheken zijn verschoven naar de onderwijsinstellingen, die zijn vrijgesteld van de betaalplicht van leenrecht. Net als in 2022, heeft Lira de dBos-vergoedingen verdeeld onder kinder- en jeugdboekenauteurs, op basis van een NUR-code selectie. Op de van Stichting Leenrecht ontvangen € 948.107 zijn de reguliere inhoudingen toegepast: 7,5% is ingehouden voor sociaal-culturele doeleinden. De resterende € 876.999 is onder inhouding van 8% administratievergoeding uitgekeerd aan 2.601 rechthebbenden, waarbij een ondergrens is gehanteerd van 5 euro. Er zijn geen reserveringen aangehouden. Een restbedrag van € 457 kon nog niet uitgekeerd worden aan een zestal rechthebbenden.
Te verdelen rechten
Lira streeft naar een optimaal snelle, rechtvaardige en efficiënte uitkering van alle incassostromen, uiteraard met inachtneming van de geldende wettelijke termijnen. Lira hanteert conform haar repartitiereglementen een maximum van 10% van de oorspronkelijke incasso als reservering voor claims over het vierde en vijfde jaar na incasso, op grond van de termijnen in het Burgerlijk Wetboek.
De afgelopen jaren heeft Lira hard gewerkt om te zorgen dat de beschikbare nog te verdelen rechten afnamen. Waar in 2022 het niveau van de nog liggende gelden fors daalde (mede dankzij verschillende eenmalige uitkeringen en afsluitende repartities) was dat in 2023 niet het geval, met name door een laat in het jaar ontvangen betaling van thuiskopiegelden over 2019 en 2020. Waar eerder nog relatief hoge reserves werden aangehouden voor reprorecht in verband met de stelselwijziging voor de categorieën vak, wetenschap en educatief, is dat inmiddels niet meer in die mate noodzakelijk na de integratie van die verdeling in Lira’s repartitieschema.
Baten en lasten
De lasten van Lira bedroegen in 2023 2,1 miljoen, een stijging ten opzichte van de 1,9 miljoen in 2022. De lasten zijn voor een belangrijk deel onafhankelijk van de omvang van de geldstromen die Lira incasseert en verdeelt. Wanneer nieuwe incassostromen structureel deel gaan uitmaken van Lira’s uitvoering, stijgen de extra kosten die samenhangen met die verdelingen in absolute zin.
In Lira’s lasten is ook de bijdrage opgenomen die op basis van afspraken met branchevereniging VOI©E aan piraterijbestrijding door BREIN wordt besteed.
Vanaf 2021 zijn Lira’s lasten voorts structureel verhoogd, omdat de kosten van de externe toezichthouder (het CvTA) vanaf dat jaar voor de helft aan de gezamenlijke CBO’s (en dus ook aan Lira) worden toegerekend. De andere helft wordt door de overheid betaald.
Lira realiseert haar baten bij repartitie en deze zijn daardoor veel beweeglijker dan de lasten. Door de hoge repartitie in 2023 waren de baten ook hoog. Lira zal er altijd naar streven om de kosten (en dus de inhoudingen ter dekking daarvan) zo laag mogelijk te houden, wij zijn tenslotte een stichting zonder winstoogmerk die zich geheel ten dienste stelt van de schrijvers, vertalers en journalisten voor wie wij vergoedingen incasseren.
Het exploitatieresultaat is met een half miljoen euro veel hoger dan het bewust begrote tekort. Het Statuut Middelenbeheer van Lira heeft als uitgangspunt dat Lira beschikt over substantiële bedragen, die primair bedoeld zijn voor rechthebbenden en waarvoor Lira een goed huisvader moet zijn. Een prudent middelenbeheer en minimalisering van risico’s is daarbij het uitgangspunt. Lira neemt daarom geen risico’s op de beleggingsmarkt en had in 2023 geen beleggingsportefeuille. Het positieve financiële resultaat is te danken aan de gestegen marktrente op spaartegoeden en deposito’s.
In 2023 heeft het bestuur van Stichting Lira besluiten genomen om het eigen vermogen van de stichting substantieel te verlagen tot het voor de continuïteit van de stichting gewenste niveau van ongeveer anderhalf maal de lasten van het voorgaande boekjaar. Dit besluit omvat een extra bijdrage van € 625.000 per jaar in zowel 2023 als 2024 aan Stichting Lira Fonds en een tijdelijke verlaging van de in te houden administratievergoedingen tot 4% voor 2024 en 2025.