7.1Balans per 31 december 2025
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||||
| Vlottende activa | |||||||
| Vorderingen | |||||||
| Overige vorderingen | 55 | a | 25 | ||||
| Overlopende activa | 21 | b | 2 | ||||
| 76 | 27 | ||||||
| Liquide middelen | 1.240 | c | 994 | ||||
| Totaal activa | 1.316 | 1.021 | |||||
| PASSIVA | |||||||
| Eigen vermogen | |||||||
| Algemene reserve | 650 | d | 650 | ||||
| Overige reserves | 150 | e | 206 | ||||
| 800 | 856 | ||||||
| Te verdelen rechten | 357 | f | 0 | ||||
| Kortlopende schulden | |||||||
| Crediteuren | 49 | g | 56 | ||||
| Belastingen | 86 | h | 90 | ||||
| Overige schulden | 24 | 19 | |||||
| 159 | 165 | ||||||
| Totaal passiva | 1.316 | 1.021 | |||||
7.2Exploitatierekening over 2025
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Baten | |||||
| Administratievergoeding | 603 | i | 605 | 606 | |
| Totaal baten | 603 | 605 | 606 | ||
| Lasten | |||||
| Kosten Cedar | 435 | j | 455 | 419 | |
| Kosten bestuur en toezicht | 57 | k | 45 | 46 | |
| Advieskosten | 3 | 12 | 7 | ||
| Marktinformatie | 141 | l | 153 | 51 | |
| Contributies | 15 | 15 | 20 | ||
| Overige bedrijfslasten | 68 | m | 69 | 57 | |
| Totaal lasten | 719 | 749 | 600 | ||
| Resultaat uit bedrijfsoperaties | -116 | -144 | 6 | ||
| Financieel resultaat | 60 | n | 30 | 86 | |
| Resultaat | -56 | -114 | 92 | ||
| Resultaatbestemming | |||||
| Mutatie overige reserves | -56 | -114 | 92 | ||
| -56 | -114 | 92 |
7.3Kasstroomoverzicht over 2025
| 2025 | 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit te verdelen rechten | |||||
| Rechtenopbrengsten | 10.961 | 10.872 | |||
| Repartitie | -10.604 | -11.022 | |||
| Veranderingen in werkkapitaal: | |||||
| Toename repartitiecrediteuren | 0 | 0 | |||
| Overige mutaties | 0 | 150 | |||
| 357 | 0 | ||||
| Kasstroom uit bedrijfsvoering | |||||
| Saldo van baten en lasten | -116 | 6 | |||
| Veranderingen in werkkapitaal: | |||||
| Afname vorderingen | -19 | 109 | |||
| Toename schulden | -6 | -47 | |||
| -141 | 68 | ||||
| 216 | 68 | ||||
| Ontvangen interest | 30 | 66 | |||
| 246 | 134 | ||||
| Onttrekking eigen vermogen | 0 | -150 | |||
| 0 | -150 | ||||
| Netto kasstroom | 246 | -16 | |||
| Liquide middelen 1 januari | 994 | 1.010 | |||
| Liquide middelen 31 december | 1.240 | 994 | |||
| Mutatie liquide middelen boekjaar | 246 | -16 | |||
7.4Toelichtingen op de jaarrekening
Algemene grondslagen
De Stichting Leenrecht (KvK 41210097), statutair gevestigd te Amstelveen en kantoorhoudend aan de Polarisavenue 81 te Hoofddorp, is op 18 december 1990 opgericht door organisaties van rechthebbenden ter zake van het leen- en verhuurrecht.
De stichting stelt zich ten doel, zonder winstoogmerk, de materiële en immateriële belangen te behartigen van auteursrechthebbenden, houders van naburige rechten en hun rechtverkrijgenden met betrekking tot het leen- en verhuurrecht alsmede de exploitatie en handhaving van dit recht te verzorgen, met inbegrip van het uitvoeren van wettelijke regelingen ter zake. De stichting is belast met de uitvoering van de wetgeving ter zake van het leenrecht. Deze wetgeving is op 29 december 1995 in werking getreden. Bij besluit van 30 oktober 1996 is de Stichting Leenrecht door de Minister van Justitie, in overeenstemming met de Staatssecretaris van OCW, aangewezen als zogenaamde eigen-recht-organisatie. Conform de wettelijke bepalingen is de hoogte van de vergoeding vastgesteld door het bestuur van de Stichting Onderhandelingen Leenvergoedingen (StOL). In deze stichting zijn de betalingsplichtigen en de Stichting Leenrecht evenredig vertegenwoordigd onder voorzitterschap van een onafhankelijk voorzitter.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. Alle bedragen in het jaarverslag luiden in duizenden euro's tenzij anders vermeld. Voor de leesbaarheid wordt in de toelichtingen veelal gebruik gemaakt van het betreffende jaartal waar de stand per balansdatum bedoeld wordt en worden bedragen afgerond weergegeven. In de balans en de exploitatierekening zijn verwijzingen opgenomen naar de toelichtingen op de betreffende posten. Bij het opstellen van de jaarrekening dient het bestuur overeenkomstig algemeen geldende grondslagen bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Algemene grondslagen voor de waardering
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met titel 9 BW 2, zoals opgenomen in de Wet Toezicht artikel 2q lid 3 van de Wet Toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna ‘Wet Toezicht’) en de bepalingen van en krachtens de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) voor zover van toepassing op basis van artikel 25a van de Wet Toezicht.
De waarderingsgrondslagen zijn gebaseerd op de historische kosten en kostprijzen. Activa en passiva (met uitzondering van het eigen vermogen) worden tenzij anders aangeven gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de reële waarde bij eerste verwerkingen. Bij volgende verwerkingen worden activa en passiva gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of de actuele waarde indien deze lager is.
Continuïteit: De in de jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de continuïteit van de stichting.
Vergelijking met het voorgaand boekjaar: De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva
Vorderingen: Vorderingen worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de reële waarde bij eerste verwerkingen. Bij volgende verwerkingen worden vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De voorziening voor oninbaarheid voor vorderingen uit hoofde van de exploitatie van auteursrechten wordt gevormd ten laste van de te verdelen rechten. Aan gebruikers gefactureerde rechtenopbrengsten worden pas gereparteerd aan rechthebbenden nadat deze daadwerkelijk geïncasseerd zijn. De vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.
Liquide middelen: De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en bestaan uit banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden.
Eigen vermogen: De algemene reserve van de stichting bestaat uit het cumulatief opgebouwde saldo van baten en lasten, waarbij de baten zijn opgebouwd uit de inhoudingen op uitkeringen aan de rechthebbenden. De algemene reserve dient uitsluitend ter borging van de continuïteit van de stichting, waardoor de rechthebbenden gezien kunnen worden als belanghebbenden bij een eventueel overschot in de algemene reserve.
De statuten van de stichting en de op de stichting van toepassing zijnde verslaggevingsrichtlijnen bieden in principe geen mogelijkheid om een vermogensoverschot rechtstreeks uit te keren aan de (kring van) belanghebbenden. Verantwoording op de voorgeschreven wijze via de exploitatierekening kan een substantiële invloed hebben op de presentatie van baten en lasten in het betreffende boekjaar. De stichting kiest er voor om extra bijdragen uit een eventueel overschot in de algemene reserve welke toekomen aan de rechthebbenden op grond van een bestuursbesluit niet via de exploitatierekening van het boekjaar te verwerken maar op een vergelijkbare wijze te verwerken als uitkeringen aan belanghebbenden bij andere rechtspersoonsvormen, namelijk door de vermindering van de algemene reserve rechtstreeks naar de post te verdelen rechten te verwerken.
Te verdelen rechten: De te verantwoorden gelden uit hoofde van de exploitatie van auteursrechten worden niet in de exploitatierekening opgenomen, maar worden opgenomen als een verplichting aan de rechthebbenden. De te verdelen rechten worden in de balans verantwoord als er sprake is van een rechtens afdwingbare vordering die op betrouwbare wijze is vast te stellen en waarvan het waarschijnlijk is dat deze zal worden ontvangen.De doorbetalingsverplichting heeft in principe een kortlopend karakter waarbij alle ontvangen bedragen conform de Wet toezicht binnen negen maanden na afloop van het boekjaar beschikbaar worden gesteld aan de rechthebbenden, tenzij objectieve redenen de stichting ervan weerhouden deze termijn na te leven. Hierbij geldt conform de Wet toezicht een termijn van drie jaar, waarna voor een periode van maximaal twee jaar nog een reserve voor naclaims kan worden aangehouden.
Kortlopende schulden: De kortlopende schulden hebben overwegend een verwachte looptijd van maximaal één jaar. De schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De geamortiseerde kostprijs is gelijk aan de nominale waarde.
Grondslagen voor de bepaling van het resultaat
Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord wanneer de dienstverlening ten aanzien van de auteursrechtelijke vergoedingen betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Administratievergoedingen: De door rechthebbenden verschuldigde administratievergoedingen voor de door Stichting Leenrecht verrichte werkzaamheden worden ingehouden op de verdeling en uitkering, maar worden in de exploitatierekening verantwoord in het jaar waarin ook de rechtenopbrengst wordt verantwoordt.
Bedrijfslasten: De bedrijfslasten bestaan uit de aan het verslagjaar toe te rekenen kosten. De kosten Cedar betreffen het aandeel van Stichting Leenrecht in de kosten van directe personele inzet, algemene kosten, huisvestings-en automatiseringskosten van Cedar B.V.
Financieel resultaat: Het financieel resultaat wordt verantwoord in de periode waartoe het behoort en bestaat uit het saldo van rentebaten en - lasten.
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. In het kasstroomoverzicht is geen BTW opgenomen buiten de mutatie in de betreffende balanspositie. Voor het inzicht voor de gebruiker wordt in afwijking van het gebruikelijke model gekozen voor een specifieke presentatie van de kasstromen uit de te verdelen rechten. Derhalve is de operationele kasstroom uitgesplitst naar de eigen bedrijfsvoering en de te verdelen rechten.
Verbonden partijen
Cedar B.V. kan worden aangemerkt als verbonden partij, aangezien Stichting Leenrecht is vertegenwoordigd in het bestuur van Stichting Cedar. Stichting Cedar bezit 100% van de aandelen in Cedar B.V. Op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomst worden de operationele activiteiten en bestuurlijke ondersteuning uitgevoerd door of middels Cedar B.V. De hiervoor door Cedar B.V. gemaakte kosten worden doorbelast. Ook de bestuursleden van Stichting Leenrecht kunnen gezien worden als verbonden partijen.
7.5Toelichtingen op de balans
(bedragen x € 1.000)
a. Overige vorderingen
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Te ontvangen rente | 55 | 25 | |
| 55 | 25 |
De te ontvangen rente betreft op balansdatum nog te ontvangen rente op spaartegoeden.
De overige vorderingen hebben een resterende looptijd kleiner dan één jaar.
b. Overlopende activa
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Vooruitbetaalde kosten | 1 | 2 | |
| Nog in te houden administratievergoeding | 20 | 0 | |
| 21 | 2 |
De nog in te houden administratievergoeding betreft de reeds in de jaarrekening als bate verantwoorde administratievergoeding die bij uitkering van gelden wordt ingehouden op de bruto repartitie.
c. Liquide middelen
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Bankrekeningen | 2 | 2 | |
| Spaarrekeningen | 1.238 | 992 | |
| 1.240 | 994 |
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de stichting.
d. Algemene reserve
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 650 | 650 | |
| Mutatie vanuit resultaatbestemming | 0 | 0 | |
| Stand per 31 december | 650 | 650 |
De algemene reserve van Stichting Leenrecht heeft als doel de continuïteit van de uitvoering van de werkzaamheden van de stichting te waarborgen en heeft een vaste hoogte van ruwweg één jaar de lasten van de stichting.
In de statuten van Stichting Leenrecht is geen resultaatbestemming opgenomen. De bestemming van het resultaat heeft bij bestuursbesluit plaatsgevonden. De bestemming van het resultaat is verwerkt in de jaarrekening.
e. Overige reserves
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 206 | 264 | |
| Mutatie vanuit resultaatbestemming | -56 | 92 | |
| Mutatie naar te verdelen rechten | 0 | -150 | |
| Stand per 31 december | 150 | 206 |
Het resultaat ad € 55.543 negatief (2024: € 91.520) wordt ten laste van de algemene reserve gebracht.
f. Te verdelen rechten
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 0 | 0 | |
| Rechtenopbrengsten 1) | 10.961 | 10.872 | |
| Overige mutaties | 0 | 150 | |
| Repartitie 2) | -10.604 | -11.022 | |
| Stand per 31 december | 357 | 0 | |
| 1) Rechtenopbrengsten | |||
| Geschriften | 10.649 | 10.474 | |
| Multimedia | 12 | 13 | |
| Audio | 33 | 45 | |
| Video/DVD | 201 | 274 | |
| Kunstuitleen | 40 | 41 | |
| Complete muziekwerken | 26 | 25 | |
| 10.961 | 10.872 | ||
| 2) Repartitie | |||
| Geschriften | -10.292 | -10.618 | |
| Multimedia | -12 | -13 | |
| Audio | -33 | -46 | |
| Video/DVD | -201 | -278 | |
| Kunstuitleen | -40 | -42 | |
| Complete muziekwerken | -26 | -25 | |
| -10.604 | -11.022 | ||
| Opbouw te verdelen rechten | |||
| Geschriften | 357 | 0 | |
| 357 | 0 | ||
| Opbouw te verdelen rechten naar jaarlaag | |||
| 2025 | 357 | 0 | |
| 357 | 0 |
Door een discussie over de onderlinge verdeling tussen de rechthebbenden van de leenrechtgelden geschriften is besloten om 3,5% van het hiervoor beschikbare bedrag te reserveren.
g. Crediteuren
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Handelscrediteuren | 49 | 56 | |
| 49 | 56 |
In de handelscrediteuren is een schuld aan Cedar van € 48.616 en aan bestuursleden van € 0 opgenomen.
h. Belastingen
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Omzetbelasting | 86 | 90 | |
| 86 | 90 |
Deze post betreft de reguliere aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal.
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen
Op basis van de dienstverleningsovereenkomst met Cedar B.V. heeft Stichting Leenrecht de verplichting om bij beëindiging van deze overeenkomst een vergoeding te betalen voor haar aandeel in de langlopende verplichtingen van Cedar, alsmede een vergoeding voor de kosten die Cedar zou moeten maken voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten van de direct ten behoeve van de stichting werkzame medewerkers.
De verplichting ultimo 2025 is conform de in de dienstverleningsovereenkomst tussen Cedar B.V. en Stichting Leenrecht vastgestelde berekeningswijze vastgesteld op € 110.600 (2024: € 115.408). De verplichting wordt opvraagbaar na opzegging door Stichting Leenrecht van de dienstverleningsovereenkomst met Cedar B.V.
7.6Toelichtingen op de exploitatierekening
(bedragen x € 1.000)
i. Baten
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Administratievergoeding | 603 | 605 | 606 | ||
| 603 | 605 | 606 |
De inhoudingpercentages voor de administratievergoeding van Stichting Leenrecht worden jaarlijks gelijktijdig met de begroting vastgesteld door het bestuur. Voor 2025 is het inhoudingspercentage vastgesteld op 5,5% (2024: 5,5% ).
j. Kosten Cedar
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Personele inzet Cedar | 236 | 256 | 232 | ||
| Algemene kosten Cedar | 34 | 34 | 35 | ||
| Huisvesting Cedar | 17 | 17 | 17 | ||
| Automatisering Cedar | 148 | 148 | 135 | ||
| 435 | 455 | 419 |
Alle personele inzet wordt ingezet via Cedar B.V. Gemiddeld bedroeg de van Cedar ingehuurde personele inzet 2,2 (2024: 2,2) fte.
k. Kosten bestuur en toezicht
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste vergoedingen | 20 | 20 | 17 | ||
| Vacatievergoedingen | 14 | 8 | 9 | ||
| Overige bestuurskosten | 8 | 2 | 4 | ||
| Kosten CvTA | 15 | 15 | 16 | ||
| 57 | 45 | 46 |
De bestuursleden van Stichting Leenrecht ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding conform het Reglement Bestuursvergoedingen. De onafhankelijk voorzitter en de onafhankelijke penningmeester ontvangen tevens een vaste vergoeding. Een aantal bestuursleden ziet af van hun vacatiegelden.
De kosten van het College van Toezicht Auteursrechten (CvTA) worden voor 50% doorbelast aan de onder toezicht staande cbo's.
l. Marktinformatie
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Kosten marktinformatie | 49 | 45 | 51 | ||
| Kosten marktonderzoek | 92 | 108 | 0 | ||
| 141 | 153 | 51 | |||
De kosten marktinformatie betreffen vergoedingen aan bibliotheken voor het aanleveren van de uitleengegevens.
De kosten marktonderzoek betreft een onderzoek naar ten behoeve van de onderlinge verdeling tussen groepen rechthebbenden.
m. Overige bedrijfslasten
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Accountantskosten | 35 | 38 | 36 | ||
| Kosten website/portal | 15 | 12 | 6 | ||
| Overige bedrijfslasten | 18 | 19 | 15 | ||
| 68 | 69 | 57 |
De accountantskosten betreffen de controle van de jaarrekening 2025.
n. Financieel resultaat
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Rentebaten | 60 | 30 | 86 | ||
| 60 | 30 | 86 |
De rentebaten zijn hoger dan begroot doordat de daling van de rente kleiner was dan de inschatting hiervoor in de begroting.
7.7WNT-verantwoording
Op grond van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten valt Stichting Leenrecht onder de Wet Normering Topinkomens (‘WNT’). Het voor 2025 toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt € 246.000. De bezoldiging van alle topfunctionarissen ligt onder het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum.
De directeur van Stichting Leenrecht is in loondienst van Stichting Cedar B.V. en wordt doorbelast op basis van een functietarief. De bestuursleden van Stichting Leenrecht kunnen voor hun werkzaamheden een vergoeding ontvangen conform het Reglement Bestuursvergoedingen.
Op grond van het Beleidskader “Toezicht Collectief Beheer 2017”, nader uitgewerkt in het rapport “Toezicht op Collectief Beheer Auteurs- en naburige rechten 2017”, hoeft voor de bestuursleden geen urenadministratie te worden bijgehouden en is de berekening van de parttimefactor achterwege gebleven indien hun bezoldiging onder het bezoldigingsmaximum van art. 2.2 WNT ligt. Als individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum van de voorzitter en de overige bestuursleden is dan ook 15% respectievelijk 10% opgenomen van het voor Stichting Leenrecht toepasselijke bezoldigingsmaximum.
(Bedragen x € 1)
| Dhr. A. Polman | Dhr. J. van der Vlist | |||
|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Directeur | Voorzitter | ||
| Kalenderjaar | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Periode functievervulling | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (in fte) | 0,760 | 0,760 | n.v.t. | n.v.t. |
| Dienstbetrekking | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Beloning | ||||
| Beloningen op termijn | ||||
| Bezoldiging | 118.803 | 112.278 | 16.950 | 17.200 |
| Individueel bezoldigingsmaximum | 186.960 | 177.080 | 36.900 | 34.950 |
| Dhr. G. Bleijerveld | Dhr. E.R. Angad Gaur | |||
| Functiegegevens | Penningmeester/secretaris | Bestuurslid | ||
| Kalenderjaar | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Periode functievervulling | 01/01- 01/04 | 01/01 - 31/12 | 01/01- 01/04 | 01/01 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (in fte) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Dienstbetrekking | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Beloning | ||||
| Beloningen op termijn | ||||
| Bezoldiging | 1.100 | 2.600 | 750 | 1.800 |
| Individueel bezoldigingsmaximum | 6.133 | 23.300 | 6.133 | 23.300 |
| Dhr. G.C. van Asselt | Mw. A.E. Bekink | |||
| Functiegegevens | Penningmeester | Bestuurslid | ||
| Kalenderjaar | 2025 | 2025 | 2023 | |
| Periode functievervulling | 01/04 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | |
| Omvang dienstverband (in fte) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |
| Dienstbetrekking | Nee | Nee | Nee | |
| Beloning | ||||
| Beloningen op termijn | ||||
| Bezoldiging | 5.440 | 0 | 0 | |
| Individueel bezoldigingsmaximum | 18.534 | 24.600 | 23.300 | |
| Mw. S.C. Brandsteder | Mw. N. Hooijer | |||
|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Bestuurslid | Bestuurslid | ||
| Kalenderjaar | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Periode functievervulling | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01- 01/04 | 01/01 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (in fte) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Dienstbetrekking | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Beloning | ||||
| Beloningen op termijn | ||||
| Bezoldiging | 0 | 0 | 1.350 | 2.300 |
| Individueel bezoldigingsmaximum | 24.600 | 23.300 | 6.133 | 23.300 |
| Dhr. F.H. Jonkers | Mw. L. Rozenberg | |||
| Functiegegevens | Bestuurslid | Bestuurslid | ||
| Kalenderjaar | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Periode functievervulling | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01- 01/04 | 01/01 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (in fte) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Dienstbetrekking | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Beloning | ||||
| Beloningen op termijn | ||||
| Bezoldiging | 2.017 | 2.172 | 0 | 0 |
| Individueel bezoldigingsmaximum | 24.600 | 23.300 | 6.133 | 23.300 |
| Dhr. M. Schok | Mw. J.L. Verschuur | |||
| Functiegegevens | Bestuurslid | Bestuurslid | ||
| Kalenderjaar | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Periode functievervulling | 01/01- 01/04 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (in fte) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Dienstbetrekking | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Beloning | ||||
| Beloningen op termijn | ||||
| Bezoldiging | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Individueel bezoldigingsmaximum | 6.133 | 23.300 | 24.600 | 23.300 |
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
7.8Gebeurtenissen na balansdatum
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die een toelichting in de jaarrekening behoeven.
7.9Ondertekening jaarrekening
| Vastgesteld in Hoofddorp op 25 juni 2026, | ||
| Het bestuur, | ||
| Dhr. J. van der Vlist | Voorzitter | |
| Dhr. G.C. van Asselt | Penningmeester | |
| Mw. A.E. Bekink | Bestuurslid | |
| Mw. S.C. Brandsteder | Bestuurslid | |
| Dhr. F.H. Jonkers | Bestuurslid | |
| Mw. J.L. Verschuur | Bestuurslid |