Spring naar inhoud

Voorwoord

1.1 Voorwoord

Ondanks zeer intensieve onderhandelingen is het in het afgelopen jaar nog immer niet gelukt om met RODAP een akkoord te sluiten over een aan de makers te betalen billijke vergoeding voor de VOD-exploitatie.

De positie van de makers in die onderhandelingen is niet eenvoudig doordat de regering niet bereid is in de Auteurswet een bepaling op te nemen tot verplicht collectief beheer van een door VOD-exploitanten aan de filmmakers te betalen proportioneel billijke vergoeding, zoals aanbevolen in het Rapport Evaluatie Auteurscontractenrecht. De filmmakers ontberen derhalve een zo noodzakelijke wettelijke grondslag voor het collectief innen van die VOD-vergoeding.

De wetgever is meegegaan in het lobby-argument van RODAP, dat bij het verlenen van een wettelijke basis voor het collectief innen van de VOD-vergoeding geld ‘weglekt’ naar het buitenland. En heeft voorgesteld om een regeling te treffen voor de aan filmmakers te betalen billijke vergoeding voor VOD-exploitatie, beperkt tot in Nederland ter beschikking gestelde Nederlandse producties. Om aan claims uit het buitenland wegens strijd met het anti-discriminatie-beginsel te ontkomen, is het naar het oordeel van de wetgever afdoende dat de door VOD-exploitanten voor het gebruik van 'Nederlands repertoire' te betalen vergoeding wordt vastgesteld in een tussen RODAP en beroepsorganisaties te sluiten overeenkomst. De uitkomst daarvan zou zijn weerslag moeten vinden in een complexe, oncontroleerbare regeling van kettingbedingen in de contracten tussen makers en producenten. De rol van de collectieve beheersorganisaties wordt beperkt tot de uitvoering van een eventueel te bereiken onderhandelingsresultaat.

De wetgever heeft dus ingezet op onderhandelingen, die begin 2023 zijn hervat. Vanaf voorjaar 2023 vinden die onderhandelingen plaats met een door de wetgever aangestelde gespreksleider, terwijl de makers-delegatie in dat najaar is versterkt met twee ervaren onafhankelijke onderhandelaars. Teneinde de voortgang in de onderhandelingen te bevorderen heeft de gespreksleider in het voorjaar 2024 de contouren geschetst voor een door de VOD-aanbieders aan de makers te betalen billijk percentage van 6% over de met streaming van Nederlandse producties gegenereerde omzet. Partijen konden zich hierin vinden. Desalniettemin verliepen de onderhandelingen met RODAP in 2024 over de overige voorwaarden van een raamovereenkomst moeizaam met steeds slechts kleine stappen voorwaarts. 

VEVAM blijft zich echter in goede samenwerking met Lira constructief opstellen om ondanks de juridisch zwakke positie, waar de wetgever de filmmakers in heeft geplaatst, tot een voor die filmmakers acceptabel onderhandelingsresultaat te komen.

Overigens bleef het jaar 2024 gekend door een gestage incasso en repartitie van de (wettelijk verplichte) billijke vergoeding voor lineaire uitzending en doorgifte van filmwerken.

Financiële resultaten

De totale rechtenopbrengst van 9,8 miljoen in 2024 (2023: 9,3 miljoen)) is ondanks een nabetaling van Thuiskopiegelden voor de periode 2019-2020 in 2023 alsnog hoger dan vorig jaar vanwege iets hogere opbrengsten voor BMS.

De gerealiseerde repartitie van 9,1 miljoen  (2023: 8,7 miljoen) aan rechthebbenden is iets hoger dan begroot. Voornamelijk het financiële resultaat als gevolg van de ontvangen rente in 2024 verklaart het positieve exploitatieresultaat van 255 duizend, dat is toegevoegd aan de algemene reserve.                      

Verwachtingen 2025

Er wordt een stabiele rechtenopbrengst verwacht voor wat betreft de BMS vergoedingen. Er vinden thans onderhandelingen plaats overeen nieuwe vergoedingsregeling met ingang van het jaar 2025. Hopelijk blijft ook de Thuiskopievergoeding min of meer stabiel, afhankelijk van de ontwikkelingen inzake vaststelling van de verdeelsleutels. De te ontvangen Leenrechtvergoeding zal minimaal blijven. Voorts is de verwachting dat er in 2025 met RODAP een definitief akkoord tot stand komt over de vergoeding voor on demand exploitatie van filmwerken.

In verband met de positieve verwachting ten aanzien van de totaal in 2025 uit te keren vergoedingen in verhouding tot de te maken kosten, alsmede het streven om het eigen vermogen van VEVAM terug te brengen, is besloten om de administratievergoeding bij de repartities in 2025 te verlagen van 10% naar 7,5% voor alle vier soorten vergoedingen. De inhouding bij individuele doorbetalingen van gelden ontvangen uit het buitenland blijft 5%.

Slotsom

De rechtenopbrengst van VEVAM is stabiel wat betreft de vergoedingen voor uitzending en kabeldoorgifte en andere wettelijke vergoedingen. De incasso van VOD vergoedingen is door een paar on demand aanbieders van filmwerken in 2023 hervat. Het is echter de bedoeling dat alle marktpartijen gebonden worden aan goede collectieve afspraken over de betaling van vergoedingen. Dat is mede door het ontbreken van een wettelijke regeling uiterst moeilijk. VEVAM blijft zich inzetten om de positie van regisseurs te versterken, en richt zich daarbij in het bijzonder op hun recht op billijke vergoeding voor on demand exploitatie van hun werken.

Willem Roos
Voorzitter Stichting VEVAM