Spring naar inhoud

Stichting VEVAM in 2024

4.1 ​Stichting VEVAM in 2024​

Rechtenopbrengsten

VEVAM incasseerde in 2024 9,8 miljoen (2023: 9,3 miljoen). Ondanks een nabetaling van Thuiskopiegelden voor de periode 2019-2020 in 2023 is de incasso alsnog hoger dan vorig jaar vanwege iets hogere opbrengsten voor BMS.

Ontwikkeling rechtenopbrengsten

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Ontwikkeling rechtenopbrengst
2024 9.758 
2023 9.333 
2022 8.395 
2021 10.631 
2020 7.638 
Rechtenopbrengst per rechtencategorie

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Rechtenopbrengst per categorie 2024 2023
EMS/VOD 548  555 
BMS gelden 8.088  7.168 
Thuiskopiegelden 1.096  1.577 
Leenrechtgelden 26  33 

De belangrijkste bron van inkomsten wordt gevormd door ‘BMS gelden’ voor uitzending en doorgifte van filmwerken, een incasso van in totaal circa 8,1 miljoen (2023: 7,2 mln). Onder `BMS gelden` (Basic Media Services) valt ook de aan filmmakers wettelijk verschuldigde billijke vergoeding voor zakelijk gebruik van televisie, zoals vertoning van tv-beelden in horecagelegenheden, die door Videma als gemachtigde van VEVAM wordt geïncasseerd. In 2024 is voor de regisseurs 980 duizend ontvangen voor dit gebruik van hun filmwerken in het jaar 2023. Daarmee is deze incasso toegenomen (2023: 885 duizend).

De incasso van `Thuiskopiegelden` is iets afgenomen tot ca. 1,1 miljoen (2023: 1,6 mln). Het verschil wordt verklaard door een extra nabetaling eind 2023 van Thuiskopie vanuit gereserveerde vergoedingen voor de jaren 2019/2020.

De incasso van `Leenrechtgelden` is in 2024 opnieuw licht gedaald ten opzichte van 2023. Deze incasso blijft gering vanwege het beperkt aantal uitleningen van video, dvd en multimediadragers door bibliotheken. De incasso in 2024 is 26 duizend (2023: 33 duizend).

Voor `EMS/VOD` (Extra Media Services/Video On Demand) is de incasso in 2024 ongeveer gelijk aan 2023 met een rechtenopbrengst van 548 duizend (2023: 555 duizend). 

Repartitie

VEVAM keerde in 2024 9,1 miljoen (2023: 8,7 miljoen) uit aan binnen- en buitenlandse regisseurs. 

Ontwikkeling repartitie

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Repartitie
2024 9.125 
2023 8.667 
2022 9.740 
2021 6.289 
2020 7.922 
Repartitie per rechtencategorie

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie per rechtencategorie 2024 2023
EMS/VOD 665 
BMS gelden 7.199  7.778 
Thuiskopiegelden 1.225  815 
Leenrechtgelden 36  70 

Te verdelen rechten

Ontwikkeling te verdelen rechten

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Ontwikkeling te verdelen rechten
2024  10.539 
2023  10.617 
2022  10.625 
2021  12.579 
2020  8.987 
Te verdelen rechten per rechtencat.

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Te verdelen per rechtencategorie 2024 2023
EMS/VOD  452   560 
BMS gelden  9.765   9.293 
Thuiskopiegelden  316   749 
Leenrechtgelden  6   15 
Te verdelen rechten per tijdvak

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Opbouw te verdelen rechten naar jaarlaag 2024 2023
2024  5.144   - 
2023  2.208   4.688 
2022  1.617   1.873 
2021  1.557   1.801 
2020 en ouder  13   2.255 

De te verdelen rechten vormen het onderhanden werk van Stichting VEVAM en bestaan grotendeels uit nog in verdeling te nemen BMS en EMS vergoedingen met betrekking tot 2024 die in het nieuwe jaar uitgekeerd gaan worden. Ook blijven er bij verdeling bedragen over waarvan de rechthebbende onbekend is of omdat het werk in loondienst geregisseerd is. Deze blijven maximaal gereserveerd staan.

In het boekjaar is een stelselwijziging doorgevoerd waardoor de te verdelen rechten zijn gewijzigd. In voorgaande jaren werd de bij repartitie in te houden administratievergoeding in mindering gebracht op de gepresenteerde te verdelen rechten en apart in de balans opgenomen. Omdat over de te verdelen rechten verder steeds over de bruto bedragen - dus zonder deze inhouding - wordt gesproken is besloten deze presentatie te wijzigen. Alle hierdoor beïnvloede vergelijkende cijfers in dit jaarverslag zijn hierop aangepast ten opzichte van het vorige jaarverslag. Meer informatie hierover wordt gegeven onder het kopje Stelselwijziging bij de grondslagen voor de waardering van de jaarrekening.