
Alle geldstromen
Uitgevers kunnen via Stichting PRO vergoedingen ontvangen voor het maken van kopietjes voor privégebruik (thuiskopie), voor het maken van kopieën door bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen (reprorecht) en voor uitleningen van boeken en tijdschriften in bibliotheken (leenrecht, LiteRom). Hieronder lichten we deze drie verschillende regelingen in meer detail toe.
Rechtenopbrengsten
De rechtenopbrengsten in het jaar 2025 bedroegen € 17,5 mln. Dat is iets minder dan vorig jaar (2024: €18,2 mln). De geldstroom vanuit Leenrecht bleef stabiel, de incasso vanuit Reprorecht daalde terwijl de inkomsten vanuit Thuiskopie stegen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Rechtenopbrengsten | Leenrecht | Reprorecht | Thuiskopie |
|---|---|---|---|
| 2025 | 3.221 | 12.179 | 2.145 |
| 2024 | 3.235 | 13.090 | 1.921 |
| 2023 | 3.274 | 11.467 | 4.023 |
Repartitie
De repartitie bedroeg in het jaar 2025 €17,9 mln (2024: €19,1 mln).
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie | Leenrecht | Reprorecht | Thuiskopie |
|---|---|---|---|
| 2025 | 3.369 | 12.433 | 2.145 |
| 2024 | 3.078 | 13.215 | 2.814 |
| 2023 | 3.312 | 11.479 | 3.139 |

Thuiskopiegelden
Thuiskopiegelden

Over de thuiskopievergoeding
Consumenten kunnen voor eigen gebruik en uit legale bron op alle daarvoor beschikbare apparaten auteursrechtelijk beschermde werken kopiëren. Bij de aankoop van de apparaten waarmee zij kopiëren, wordt indirect een vergoeding betaald, bedoeld als compensatie voor auteursrechthebbenden. Stichting de Thuiskopie incasseert deze vergoedingen, Stichting PRO keert het uitgeversaandeel weer uit aan de uitgevers.
Stichting de Thuiskopie incasseert
Stichting de Thuiskopie is verantwoordelijk voor de incasso van de wettelijk ingestelde thuiskopievergoedingen. Thuiskopie is aangewezen door de Minister van Justitie om de incasso en verdeling van deze gelden te verzorgen. Alle fabrikanten of importeurs van blanco beeld- of geluidsdragers, telefoons, hardware of consumentenelektronica, die importeren of een fabricage voltooien, dienen opgave te doen aan Stichting de Thuiskopie en hierover een vergoeding af te dragen. Stichting de Thuiskopie onderhandelt met de industrie over een vergoeding per apparaat, bepaald door de Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding (SONT). Er zijn verschillende apparaten waar de thuiskopievergoeding op van toepassing is, zoals computers, telefoons en e-readers. Thuiskopie doet onderzoek naar de verhouding van de verschillende categorieën werken op deze apparaten. Dit onderzoek vormt een basis voor de verdeling binnen Thuiskopie aan verschillende verdeelorganisaties, die het verder uitkeren aan auteursrechthebbenden. Sinds 2010 zijn er diverse dragers toegevoegd aan de lijst van thuiskopieplichtige apparaten, waaronder dragers voor het kopiëren van uitgegeven werk zoals tijdschriften, kranten en websites. Hierdoor zijn er nieuwe groepen rechthebbenden bijgekomen, waaronder uitgevers, die daardoor in bepaalde gevallen recht hebben op een thuiskopievergoeding. Stichting PRO is door Thuiskopie aangewezen om het uitgeversaandeel uit deze regeling te verdelen. De HP/Reprobel-discussie leidde ertoe dat uitgevers geen vergoedingen uit wettelijke regelingen ontvingen. Door de implementatie van de HP/Reprobelfix kunnen uitgevers sinds 2022 weer gelden ontvangen, waarbij een 50/50 verdeling tussen makers en uitgevers is afgesproken tussen PRO, Lira en Pictoright.
Op basis van de Auteurswet (artikel 16b lid 1 en artikel 16c lid 1) en de Wet op de Naburige rechten (artikel 10), die een billijke vergoeding voorschrijft.
Stichting PRO keert uit
Stichting PRO keert de thuiskopiegelden uit om uitgevers te compenseren voor het verlies aan inkomsten door het kopiëren van hun werken voor privégebruik. De vergoeding wordt uitgekeerd voor werken zoals e-books, dagbladen, nieuwssites, publiekstijdschriften en consumentenwebsites. De gelden worden vervolgens onderverdeeld op basis van de gegevens die beschikbaar zijn over de directe digitale consumentenomzet per categorie. Wij vragen uitgevers hun omzet op te geven via een webportal. Op basis hiervan wordt een verdeelsleutel opgesteld. Het budget voor e-books wordt op basis van GfK-data verdeeld, met name aan uitgevers van algemene boeken. Het aandeel voor de educatieve uitgevers is toegevoegd aan de repartitie van de readergelden (Stichting UvO). In 2025 is er € 244 duizend aan thuiskopiegelden aangeboden aan Stichting UvO.
Inhoudingskosten thuiskopiegelden
Voor de thuiskopiegelden is de norm voor inhouding aan administratiekosten vastgesteld op 7,5%, dat percentage is ook gehanteerd in 2025. In 2025 ontving Stichting PRO zo'n € 2,1 miljoen aan thuiskopiegelden, waarvan zo'n € 148 duizend werd gebruikt voor administratiekosten (beheerskosten) en collectieve bestedingen (waaronder de bijdrage aan BREIN).
Sectie Thuiskopiegelden
Sinds 2018 keert Stichting PRO thuiskopiegelden uit aan uitgevers en rechthebbenden. Stichting de Thuiskopie heeft Stichting PRO aangewezen als verdeelorganisatie voor de uitgeversaandelen in de Thuiskopieregeling.
In eerste instantie nam PRO Mandaat deze taak op zich, maar sinds 2024 is er een separate sectie Thuiskopie. De sectie vergadert tweemaal per jaar. De leden worden benoemd door de betrokken organisaties en stakeholders, waaronder uitgevers van nieuwsmedia en magazines. De huidige samenstelling is als volgt:
- Dhr. A. Prins (voorzitter)
- Dhr. G.J. Schinkel
- Dhr. A. Kropman
- Dhr. M. David (juridisch adviseur)
Rechtenopbrengsten
In 2025 is er € 2,1 miljoen ontvangen vanuit Thuiskopie (2024: € 1,9 miljoen). Deze stijging werd veroorzaakt doordat Stichting de Thuiskopie in 2025 totaal € 32,5 miljoen onder alle groepen rechthebbenden kon verdelen. In 2024 was dit € 31 miljoen. Daarbij moet worden opgemerkt dat Stichting de Thuiskopie 20% van de beschikbare gelden reserveert in afwachting van overeenstemming over de verdeelsleutel. Bij gelijkblijvende omstandigheden kan PRO haar aandeel van die 20% nog tegemoet zien.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Rechtenopbrengst Thuiskopie | Thuiskopie |
|---|---|
| 2025 | 2.145 |
| 2024 | 1.921 |
| 2023 | 4.023 |
| 2022 | 924 |
| 2021 | 640 |
Repartitie
In 2025 is er € 2,1 miljoen uitgekeerd aan thuiskopievergoedingen (2024: € 2,8 miljoen). De gelden zijn verdeeld aan meer dan 130 uitgevers (nieuwsmedia, magazines en e-books). Er is voor de verdeling van de Thuiskopiegelden een kostennorm van 7,5% vastgesteld, dat is inclusief een inhouding van 0,6% voor financiering van de activiteiten van Brein.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie Thuiskopie | Dagbladen/Nieuwssites | Tijdschriften/Consumentenwebsites | HBO en VSNU | E-books |
|---|---|---|---|---|
| 2025 | 1.779 | 103 | 133 | 130 |
| 2024 | 2.274 | 190 | 234 | 116 |
| 2023 | 2.666 | 93 | 133 | 246 |
| 2022 | 778 | 113 | 133 | 0 |
| 2021 | 549 | 93 | 103 | 0 |
Het grootste gedeelte van de thuiskopiegelden is bestemd voor uitgevers van dagbladen en nieuwssites (83%), en kleinere gedeelten voor tijdschriften en consumentenwebsites (5%), readergelden (6%) en e-books (6%).
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie Thuiskopie | 2025 |
|---|---|
| Dagbladen/Nieuwssites | 1.779 |
| Tijdschriften/Consumentenwebsites | 103 |
| HBO en VSNU | 133 |
| E-books | 130 |
Regeling Thuiskopie onder druk
De thuiskopieregeling ligt de afgelopen jaren vrijwel continu onder vuur. Zo is er discussie over de wijze waarop de Nederlandse wetgever Europese richtlijnen implementeert (er wordt bij elke herziening serieus overwogen om het verbodsrecht in te voeren om af te zijn van deze heffing). Daarnaast is er onenigheid over de wijze waarop gebruikers privékopieën kunnen maken, op welke apparaten en in hoeverre dit gebruik nog onder de thuiskopie-exceptie valt. Het gebruik verandert dermate snel, dat er veel rechtszaken over de thuiskopieheffing zijn gevoerd en nog steeds gaande zijn, zowel op nationaal als internationaal niveau.

Reprorechtgelden
Reprorechtgelden

Over de reprorechtvergoeding
Bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen maken kopieën uit boeken, tijdschriften en kranten. Dat kopiëren gebeurt bijna niet meer met een fotokopieerapparaat, maar digitaal (scannen, e-mailen, printen of opslaan op een computer of intern netwerk). Stichting Reprorecht int een vergoeding voor dit gebruik. Stichting PRO ontvangt het ‘uitgeversaandeel’ uit deze regeling, en zorgt voor verdere verdeling onder uitgevers.
Stichting Reprorecht incasseert
Stichting Reprorecht is verantwoordelijk voor de incasso van de wettelijk ingestelde reprorechtvergoedingen. Reprorecht is aangewezen door de Minister van Justitie om de incasso voor analoog hergebruik (fotokopieën) en verdeling van deze gelden te verzorgen. In het bestuur van Reprorecht zijn zowel uitgevers als makers (tekstauteurs en beeldmakers) vertegenwoordigd, wiens auteursrechtelijk beschermde werken gekopieerd kunnen worden. Bedrijven, overheidsinstellingen en onderwijsinstellingen mogen kopieën maken van publicaties (bijvoorbeeld studieboeken, kranten, publiekstijdschriften of visuele werken), mits ze reprorecht betalen. Reprorecht doet onderzoek naar de verhouding van de verschillende categorieën werken per sector. Dit onderzoek vormt een basis voor de verdeling binnen Reprorecht aan verschillende verdeelorganisaties, die het verder uitkeren aan auteursrechthebbenden. Daarbij is een 50/50 verdeling tussen makers en uitgevers afgesproken tussen PRO, Lira en Pictoright. Stichting PRO is door Reprorecht aangewezen om het uitgeversaandeel uit deze regeling te verdelen.
Op basis van de Auteurswet (artikel 16h), die een billijke vergoeding voorschrijft.
Stichting PRO keert uit
Sinds 2019 is Stichting PRO verantwoordelijk voor de verdeling van de reprorechtgelden aan uitgevers. Op basis van onderzoek is bekend welke type content in welke verhouding wordt gebruikt, zoals kranten, boeken en tijdschriften. Binnen deze categorieën geven uitgevers hun omzet op. De uiteindelijke vergoeding voor een individuele uitgever wordt berekend op basis van de verhouding van de opgegeven omzet van de betreffende uitgever ten opzichte van de opgegeven omzet van alle uitgevers in de desbetreffende categorie.
Inhoudingskosten reprorechtgelden
Voor de reprorechtgelden is de norm voor inhouding aan administratiekosten vastgesteld op 3%, dat percentage is ook gehanteerd in 2025. In 2025 ontving Stichting PRO ruim € 12,1 miljoen aan reprorechtgelden, waarvan zo'n € 306 duizend werd gebruikt voor administratiekosten (beheerskosten) en collectieve bestedingen (waaronder de bijdrage aan BREIN).
Sectie Reprorechtgelden
Sinds 2020 keert Stichting PRO reprorechtgelden uit aan uitgevers en rechthebbenden. Stichting Reprorecht heeft Stichting PRO aangewezen als verdeelorganisatie voor de uitgeversaandelen in de Reprorechtregeling.
De reprorechtregelingen combineren de wettelijke vergoeding voor fotokopiëren en de licentievergoeding voor digitaal hergebruik. De wettelijke Reprorechtregeling richt zich alleen op het analoge hergebruik (fotokopieën), waarbij dankzij een wettelijke aanwijzing alle uitgevers vertegenwoordigd zijn. Sinds 2013 is de Reprorechtregeling voor het bedrijfsleven uitgebreid, waardoor ook digitaal hergebruik kan worden afgerekend met Stichting Reprorecht. Omdat een wettelijke aanwijzing ontbreekt voor het digitale hergebruik, was voor deze uitbreiding mandaat nodig van uitgevers. Doordat Stichting PRO al ervaring had met het verkrijgen van mandaten, heeft de sectie PRO Mandaat deze mandaten verworven bij uitgevers en Stichting Reprorecht de opdracht gegeven om namens uitgevers de regeling uit te voeren. Stichting PRO vertegenwoordigd 100% van deze gelden omdat meer dan 500 uitgevers een mandaat hebben afgegeven via PRO Mandaat. Stichting PRO vrijwaart Stichting Reprorecht namens uitgevers, met uitzondering van uitgevers die hebben aangegeven niet te willen participeren (de zogenoemde blacklist).
In 2024 hebben de betrokken partijen binnen Reprorecht een akkoord gesloten waarin de gebruiksvoorwaarden zijn geactualiseerd. PRO heeft Reprorecht daarnaast ondersteund in de incasso-en verdeelonderzoeken. Dat heeft in 2024 geleid tot een aanpassing van de verdeling per categorie. Tevens zijn er afspraken gemaakt over de verdeling tussen makers en uitgevers. Hierbij is wederom een 50/50 verdeling overeengekomen.
Binnen Stichting PRO is de sectie PRO Mandaat opgericht om de mandaten van uitgevers te werven en te beheren. De sectie vergadert tweemaal per jaar en bestaat uit de acht uitgeversvertegenwoordigers van het Toezichthoudend Bestuur van Stichting Reprorecht. De leden worden benoemd door de Mediafederatie, waarbij drie leden worden voorgedragen door de Groep Media voor Vak en Wetenschap, één lid door de Groep Educatieve Uitgeverijen, één lid door NDP Nieuwsmedia, één lid door de Groep Algemene Uitgevers/overige uitgevers, één lid door de Groep Media Magazine Associatie en één lid door de Vereniging van Muziekuitgevers. De samenstelling in 2025 was als volgt:
- Dhr. P. Bon (voorzitter)
- Dhr. C. Balk
- Dhr. J. Duurinck
- Dhr. E. Janssen
- Dhr. G.J. Schinkel
- Dhr. M.E. Boon
- Mvr. I. Terpstra
- Dhr. M. David
De bestuursstructuur van Stichting Reprorecht wordt in 2026 herzien. Reprorecht werkt dan niet meer met uitgeversvertegenwoordigers in het bestuur maar met een Vergadering van Rechthebbenden.
Rechtenopbrengsten
In dit verslagjaar is er € 12,2 miljoen ontvangen vanuit Reprorecht (2024: € 13 miljoen). De vergoeding vanuit Reprorecht fluctueert jaarlijks onder andere omdat veel bedrijven maar eenmaal in de tweejaar worden gefactureerd door Reprorecht. Gemiddeld rekent PRO op ongeveer € 12,5 miljoen per jaar.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Rechtenopbrengst Reprorecht | Reprorecht |
|---|---|
| 2025 | 12.179 |
| 2024 | 13.090 |
| 2023 | 11.467 |
| 2022 | 13.582 |
| 2021 | 14.040 |
Repartitie
In dit verslagjaar is er € 12,4 miljoen uitgekeerd aan reprorechtvergoedingen (2024: € 13,2 miljoen). De gelden worden verdeeld aan bijna 300 uitgevers (educatief, vak-en wetenschappelijk en dagbladen) die hun omzet opgeven aan PRO. Er is voor deze activiteit een kostennorm vastgesteld van 3% tot 5%. In 2025 is een percentage van 3,1% gehanteerd, inclusief een opslag van 0,6% voor piraterijbestrijding door Brein.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie Reprorecht | Tekst boeken wetenschappelijk, vak- & studie | Tekst tijdschriften wetenschappelijk & vak | Tekst schoolboeken | Tekst kranten | Tekst algemene boeken | Tekst publiekstijdschriften | Beeld boeken wetenschappelijk, vak & studie | Beeld tijdschriften wetenschappelijk & vak | Beeld schoolboeken | Beeld kranten | Beeld algemene boeken | Beeld publiekstijdschriften |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | 1.219 | 2.139 | 2.725 | 1.406 | 265 | 504 | 313 | 1.085 | 1.571 | 712 | 117 | 375 |
| 2024 | 1.347 | 2.326 | 2.771 | 1.507 | 278 | 553 | 346 | 1.185 | 1.603 | 765 | 122 | 411 |
| 2023 | 1.714 | 1.594 | 2.796 | 1.246 | 434 | 296 | 714 | 521 | 1.360 | 535 | 98 | 172 |
| 2022 | 2.227 | 2.036 | 2.824 | 1.619 | 569 | 384 | 946 | 653 | 1.431 | 706 | 128 | 230 |
| 2021 | 2.541 | 2.752 | 4.085 | 1.702 | 764 | 262 | 338 | 610 | 665 | 361 | 64 | 118 |
Het grootste gedeelte van de reprorechtgelden is bestemd voor uitgevers van vak-, studie- en wetenschappelijke uitgaven en educatieve uitgevers. Kleinere gedeelten zijn uitgekeerd aan uitgevers van publiekstijdschriften, algemene boeken en kranten.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie Reprorecht | 2025 |
|---|---|
| Tekst boeken wetenschappelijk, vak- & studie | 1.219 |
| Tekst tijdschriften wetenschappelijk & vak | 2.139 |
| Tekst schoolboeken | 2.725 |
| Tekst kranten | 1.406 |
| Tekst algemene boeken | 265 |
| Tekst publiekstijdschriften | 504 |
| Beeld boeken wetenschappelijk, vak & studie | 313 |
| Beeld tijdschriften wetenschappelijk & vak | 1.085 |
| Beeld schoolboeken | 1.571 |
| Beeld kranten | 712 |
| Beeld algemene boeken | 117 |
| Beeld publiekstijdschriften | 375 |

Leenrechtgelden
Leenrechtgelden

Over de leenrechtvergoeding
Openbare bibliotheken betalen voor het uitlenen van werken een vergoeding aan Stichting Leenrecht. Het gaat daarbij om boeken, tijdschriften en multimediaproducten. Daarvan wordt het uitgeversaandeel door de sectie PRO Uitgeversaandelen Leenrecht (PLU) van Stichting PRO verdeeld.
Stichting Leenrecht incasseert
Stichting Leenrecht is verantwoordelijk voor de incasso van de wettelijk ingestelde leenrechtvergoedingen. Openbare bibliotheken betalen voor het uitlenen van werken een vergoeding aan Stichting Leenrecht. Ook wordt er informatie verschaft over het aantal uitleningen van het afgelopen jaar. Vervolgens wordt er een vergoeding per uitlening vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen Leenrechtvergoedingen (StOL). In de StOL zijn zowel betalingsplichtigen (bibliotheken) als rechthebbenden (zoals schrijvers, uitgevers en regisseurs) vertegenwoordigd. Stichting Leenrecht verdeelt het totale geïncasseerde bedrag onder groepen rechthebbenden. Aan Stichting PRO keren zij het ‘uitgeversaandeel’ uit, het gedeelte van het totaalbedrag dat voor uitgevers is bestemd.
Op basis van de Auteurswet (artikel 15c), die een billijke vergoeding bij uitleningen voorschrijft.
Stichting PRO keert uit
Stichting Leenrecht heeft Stichting PRO aangewezen als verdeelorganisatie voor het uitgeversaandeel in deze vergoeding. Het gaat daarbij om boeken, tijdschriften en multimedia. De ‘repartitie’ (verdeling of uitkering) van de leenrechtgelden vindt in de regel eenmaal per jaar plaats. De verdeling wordt gebaseerd op beschikbare data. Zo’n 80% van alle bibliotheken geven inzicht in welke titels er zijn uitgeleend en hoe vaak deze zijn uitgeleend. Deze gegevens over tientallen miljoenen uitleningen combineren wij met informatie van de NBD Biblion, waardoor deze titels automatisch worden gekoppeld aan de juiste uitgeverij. De verdeling is daarom grotendeels ‘titelspecifiek’, oftewel: gebaseerd op daadwerkelijk uitgeleende titels. Wij sturen aan uitgevers een overzicht (‘controlespecificatie’) met al hun uitgeleende werken. Uitgevers kunnen eventuele ontbrekende titels toevoegen in de portal. Aan het einde van elk kalenderjaar (ca. december) keert Stichting PRO de definitieve vergoeding uit aan betrokken uitgevers. Op het definitieve overzicht ('repartitiespecificatie') vermeldt PRO hoe vaak werken zijn uitgeleend. De verdeling van de gelden wordt uitgevoerd conform een repartitiereglement. Stichting PRO vrijwaart Stichting Leenrecht voor alle rechthebbenden op basis van de gegevens die Stichting Leenrecht verstrekt. De norm voor inhouding aan administratiekosten is vastgesteld op 7,5%, dat percentage is ook gehanteerd in 2025.
Inhoudingskosten leenrechtgelden
Voor de leenrechtengelden is de norm voor inhouding aan administratiekosten vastgesteld op 7,5%, er is een inhoudingspercentage van 7% gehanteerd in 2025. Daarnaast is er 0,6% ingehouden voor piraterijbestrijding. In 2025 ontving Stichting PRO zo'n € 3,2 miljoen aan leenrechtgelden, waarvan ruim € 237 duizend werd gebruikt voor administratiekosten (beheerskosten) en collectieve bestedingen (waaronder de bijdrage aan BREIN).
Sectie Leenrechtgelden (PLU)
Sinds 1996 is er een sectie PRO Leenrecht Uitgeversaandelen (PLU). Stichting Leenrecht heeft Stichting PRO aangewezen als verdeelorganisatie voor de uitgeversaandelen in de Leenrechtregeling. Het aan uitgevers toekomende deel (30%) van de leenrechtvergoeding wordt door de sectie PLU verdeeld aan uitgevers en rechthebbenden.
De leden worden benoemd door de Groep Algemene Uitgevers van de Mediafederatie, omdat algemene (kinder)boeken doorgaans het meeste worden uitgeleend. De sectie vergadert tweemaal per jaar. De huidige samenstelling is als volgt:
- Dhr. F.H. Jonkers (voorzitter)
- Mevr. J. Ploeger
- Dhr. J.J. Keijzer
- Dhr. M. David
- Dhr. J. Hoek
Rechtenopbrengsten
In dit verslagjaar is er € 3,2 miljoen ontvangen vanuit Leenrecht (2024: € 3,2 miljoen). Het aantal uitleningen heeft zich redelijk hersteld en gestabiliseerd na de coronaperiode. De tarieven per uitlening worden vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen Leenvergoedingen (StOL). In de StOL hebben zowel de betalingsplichtigen als de rechthebbenden zitting.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Rechtenopbrengst Leenrecht | Leenrecht |
|---|---|
| 2025 | 3.221 |
| 2024 | 3.235 |
| 2023 | 3.274 |
| 2022 | 3.541 |
| 2021 | 2.065 |
Repartitie
In dit verslagjaar is er € 3,4 miljoen uitgekeerd aan leenrechtvergoedingen (2024: € 3,1 miljoen). De gelden worden verdeeld aan meer dan 600 uitgevers (met name van algemene boeken en kinderboeken) op basis van gegevens over uitleningen. De dBoS-gelden (de bibliotheek op school) zijn in 2025 voor het eerst verdeeld op basis van uitleendata. De inhouding aan administratiekosten is vastgesteld op 7,6% in 2025. Dit percentage is inclusief een inhouding van 0,6% voor financiering van de activiteiten van Stichting Brein.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie Leenrecht | dBos | Geschriften | Periodieken | Multimedia | Literomgelden |
|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | 0 | 3.119 | 228 | 6 | 15 |
| 2024 | 501 | 2.344 | 204 | 9 | 20 |
| 2023 | 485 | 2.565 | 228 | 12 | 23 |
| 2022 | 1.692 | 1.691 | 147 | 13 | 31 |
| 2021 | 0 | 1.844 | 164 | 12 | 38 |
Het grootste gedeelte van de leenrechtgelden is bestemd voor uitgevers van algemene boeken (93%), en kleinere gedeelten voor uitgevers van tijdschriften (7%) en Literom-samenvattingen (0%). Zo'n 15% van de totale pot met geld komt vanuit de dBos regeling.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie Leenrecht | 2025 |
|---|---|
| dBos | 0 |
| Geschriften | 3.119 |
| Periodieken | 228 |
| Multimedia | 6 |
| Literomgelden | 15 |
De bibliotheek op school (dBoS)
Steeds meer openbare bibliotheken brengen (een deel van) hun collectie onder bij schoolbibliotheken, ook wel bekend als de bibliotheek op school (dBoS). Deze schoolbibliotheken zijn bij wet vrijgesteld van het betalen van de leenrechtvergoeding waardoor deze uitleningen niet meer (volledig) worden geregistreerd en afgerekend. Er is een regeling overeengekomen met alle belanghebbenden en het Ministerie van OCW waarbij het ministerie in 2025 een vergoeding beschikbaar stelt totdat de wet is aangepast. Er komt een wijziging in de Auteurswet om deze aanpassing in het leenrecht voor scholen, waar een convenant over is gesloten, te verankeren in de wet. Het uitgeversaandeel van deze vergoeding bedraagt netto € 519.000 (bruto € 556.500 ontvangen van Leenrecht in 2025). In 2025 zijn de dBos-gelden voor het eerst uitgekeerd op basis van de uitleendata van deze bibliotheken.
Correctie dBos-gelden
In 2025 ontdekte PRO tijdens een kwaliteitscontrole dat de vergoeding voor uitleningen via schoolbibliotheken (dBos) niet juist was verwerkt. Daardoor ontvingen sommige uitgevers te veel en anderen te weinig leenrechtgelden. De auteursverdeling was wel correct. Alle betrokken uitgevers zijn hierover transparant geïnformeerd. De correctie vindt automatisch plaats bij de volgende uitkering in 2026; uitgevers hoeven niets te doen. Waar nodig werden credit- en nieuwe facturen klaargezet in het portal. Om herhaling te voorkomen heeft PRO extra interne controles ingericht en het proces verder aangescherpt. Zo blijft PRO werken aan een zorgvuldige en betrouwbare afhandeling van rechtenvergoedingen.


