Spring naar inhoud

De drie geldstromen in 2024

Alle geldstromen

Uitgevers kunnen via Stichting PRO vergoedingen ontvangen voor het maken van kopietjes voor privégebruik (thuiskopie), voor het maken van kopieën door bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen (reprorecht) en voor uitleningen van boeken en tijdschriften in bibliotheken (leenrecht, LiteRom). Hieronder lichten we deze drie verschillende regelingen in meer detail toe.

Rechtenopbrengsten

De rechtenopbrengsten in het jaar 2024 bedroegen € 18,2 mln euro. Dat is iets minder dan vorig jaar (2023: €18,8 mln). De geldstroom vanuit Leenrecht bleef stabiel, de incasso vanuit Thuiskopie daalde terwijl de inkomsten vanuit Reprorecht stegen.

(in euro's x 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Rechtenopbrengsten Leenrecht Reprorecht Thuiskopie
2024  3.235  13.090  1.921 
2023  3.274  11.467  4.023 
2022  3.541  13.582  924 

Repartitie

De repartitie bedroeg in het jaar 2024 €19,1 mln euro (2023: €17,9 mln).

(in euro's x 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie Leenrecht Reprorecht Thuiskopie
2024  3.078  13.215  2.814 
2023  3.312  11.479  3.139 
2022  3.575  13.752  1.024 

Stelselwijziging

In het boekjaar is een stelselwijziging doorgevoerd waardoor de te verdelen rechten zijn gewijzigd. In voorgaande jaren werd de bij repartitie in te houden administratievergoeding in mindering gebracht op de gepresenteerde te verdelen rechten en apart in de balans opgenomen. Omdat over de te verdelen rechten verder steeds over de bruto bedragen - dus zonder deze inhouding - wordt gesproken is besloten deze presentatie te wijzigen. Alle hierdoor beïnvloede vergelijkende cijfers in dit jaarverslag zijn hierop aangepast ten opzichte van het vorige jaarverslag. Voor meer informatie hierover wordt gegeven onder het kopje Stelselwijziging bij de grondslagen voor de waardering van de jaarrekening.

Thuiskopiegelden

Thuiskopiegelden

Over de thuiskopievergoeding

Consumenten kunnen voor eigen gebruik en uit legale bron op alle daarvoor beschikbare apparaten auteursrechtelijk beschermde werken kopiëren. Bij de aankoop van de apparaten waarmee zij kopiëren, wordt indirect een vergoeding betaald, bedoeld als compensatie voor auteursrechthebbenden. Stichting de Thuiskopie incasseert deze vergoedingen, Stichting PRO keert het uitgeversaandeel weer uit aan de uitgevers. 

Stichting de Thuiskopie incasseert

Stichting de Thuiskopie is verantwoordelijk voor de incasso van de wettelijk ingestelde thuiskopievergoedingen. Thuiskopie is aangewezen door de Minister van Justitie om de incasso en verdeling van deze gelden te verzorgen. Alle fabrikanten of importeurs van blanco beeld- of geluidsdragers, telefoons, hardware of consumentenelektronica, die importeren of een fabricage voltooien, dienen opgave te doen aan Stichting de Thuiskopie en hierover een vergoeding af te dragen. Stichting de Thuiskopie onderhandelt met de industrie over een vergoeding per apparaat, bepaald door de Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding (SONT). Er zijn verschillende apparaten waar de thuiskopievergoeding op van toepassing is, zoals computers, telefoons en e-readers. Thuiskopie doet onderzoek naar de verhouding van de verschillende categorieën werken op deze apparaten. Dit onderzoek vormt een basis voor de verdeling binnen Thuiskopie aan verschillende verdeelorganisaties, die het verder uitkeren aan auteursrechthebbenden. Sinds 2010 zijn er diverse dragers toegevoegd aan de lijst van thuiskopieplichtige apparaten, waaronder dragers voor het kopiëren van uitgegeven werk zoals tijdschriften, kranten en websites. Hierdoor zijn er nieuwe groepen rechthebbenden bijgekomen, waaronder uitgevers, die daardoor in bepaalde gevallen recht hebben op een thuiskopievergoeding. Stichting PRO is door Thuiskopie aangewezen om het uitgeversaandeel uit deze regeling te verdelen. De HP/Reprobel-discussie leidde ertoe dat uitgevers geen vergoedingen uit wettelijke regelingen ontvingen. Door de implementatie van de HP/Reprobelfix kunnen uitgevers sinds 2022 weer gelden ontvangen, waarbij een 50/50 verdeling tussen makers en uitgevers is afgesproken tussen PRO, Lira en Pictoright.

Op basis van de Auteurswet (artikel 16b lid 1 en artikel 16c lid 1) en de Wet op de Naburige rechten (artikel 10), die een billijke vergoeding voorschrijft.

Stichting PRO keert uit

Stichting PRO keert de thuiskopiegelden uit om uitgevers te compenseren voor het verlies aan inkomsten door het kopiëren van hun werken voor privégebruik. De vergoeding wordt uitgekeerd voor werken zoals e-books, dagbladen, nieuwssites, publiekstijdschriften en consumentenwebsites.  De gelden worden vervolgens onderverdeeld op basis van de gegevens die beschikbaar zijn over de directe digitale consumentenomzet per categorie. Wij vragen uitgevers hun omzet op te geven via een webportal. Op basis hiervan wordt een verdeelsleutel opgesteld. Het budget voor e-books wordt op basis van GfK-data verdeeld, met name aan uitgevers van algemene boeken. Het aandeel voor de educatieve uitgevers is toegevoegd aan de repartitie van de readergelden (Stichting UvO). In 2024 is er € 211.000 aan thuiskopiegelden aangeboden aan Stichting UvO.

Sectie Thuiskopiegelden

Sinds 2018 keert Stichting PRO thuiskopiegelden uit aan uitgevers en rechthebbenden. Stichting de Thuiskopie heeft Stichting PRO aangewezen als verdeelorganisatie voor de uitgeversaandelen in de Thuiskopieregeling.

In eerste instantie nam PRO Mandaat deze taak op zich, maar sinds 2024 is er een separate sectie Thuiskopie. De sectie vergadert tweemaal per jaar. De leden worden benoemd door de betrokken organisaties en stakeholders, waaronder uitgevers van nieuwsmedia en magazines. De huidige samenstelling is als volgt:

  • Dhr. A. Prins (voorzitter)
  • Dhr. G.J. Schinkel
  • Dhr. A. Kropman
  • Dhr. M. David (juridisch adviseur)

Rechtenopbrengsten

In 2024 is er € 1,9 miljoen ontvangen vanuit Thuiskopie (2023: € 4,0 miljoen). Er zijn twee belangrijke oorzaken voor deze daling. Al in 2022 werd de 50/50 verdeling tussen makers en uitgevers geconsolideerd door de HP/Reprobelfix. De externe toezichthouder, CvTA, keurde deze verdeling dit verslagjaar goed, waardoor Thuiskopie de nieuwe verhouding kon toepassen op de verdeling, inclusief de incassojaren 2021 en 2022. Daarnaast werd er overeenstemming bereikt over het beschikbaar stellen van een deel van de gereserveerde gelden voor de jaren 2019 en 2020. Hierdoor ontving PRO nog een aanvullende € 883.292 vanuit Thuiskopie, die in 2024 aan de reguliere repartitie worden toegevoegd. In 2024 was er weer sprake van een 'normaal' jaar wat betreft thuiskopiegelden, waarbij uitgevers verzekerd zijn van een stabiele inkomstenstroom vanuit Thuiskopie.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Rechtenopbrengst Thuiskopie Thuiskopie
2024  1.921 
2023  4.023 
2022  924 
2021  640 
2020  670 

Repartitie

In 2024 is er € 2,8 miljoen uitgekeerd aan thuiskopievergoedingen (2023: € 3,1 miljoen). De gelden zijn verdeeld aan meer dan 140 uitgevers (nieuwsmedia, magazines en e-books). Er is voor de verdeling van de Thuiskopiegelden een kostennorm van 7,5% vastgesteld. Dat percentage is gehanteerd voor de uitkeringen in 2024.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie Thuiskopie Dagbladen/Nieuwssites Tijdschriften/Consumentenwebsites HBO en VSNU E-books
2024  2.274  190  234  116 
2023  2.667  93  133  246 
2022  777  113  133 
2021  549  93  103 
2020  767  125  122 

Het grootste gedeelte van de thuiskopiegelden is bestemd voor uitgevers van dagbladen en nieuwssites (81%), en kleinere gedeelten voor tijdschriften en consumentenwebsites (7%), readergelden (8%) en e-books (4%).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie Thuiskopie 2024 
Dagbladen/Nieuwssites 2.274 
Tijdschriften/Consumentenwebsites 190 
HBO en VSNU 234 
E-books 116 

Regeling Thuiskopie onder druk

De thuiskopieregeling ligt de afgelopen jaren vrijwel continu onder vuur. Zo is er discussie over de wijze waarop de Nederlandse wetgever Europese richtlijnen implementeert (er wordt bij elke herziening serieus overwogen om het verbodsrecht in te voeren om af te zijn van deze heffing). Daarnaast is er onenigheid over de wijze waarop gebruikers privékopieën kunnen maken, op welke apparaten en in hoeverre dit gebruik nog onder de thuiskopie-exceptie valt. Het gebruik verandert dermate snel, dat er veel rechtszaken over de thuiskopieheffing zijn gevoerd en nog steeds gaande zijn, zowel op nationaal als internationaal niveau. Ook is binnen Thuiskopie de discussie over de verdeelsleutel (welke groepen rechthebbenden krijgen welk aandeel) nog niet afgrond. 

Reprorechtgelden

Reprorechtgelden

Over de reprorechtvergoeding

Bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen maken kopieën uit boeken, tijdschriften en kranten. Dat kopiëren gebeurt bijna niet meer met een fotokopieerapparaat, maar digitaal (scannen, e-mailen, printen of opslaan op een computer of intern netwerk). Stichting Reprorecht int een vergoeding voor dit gebruik. Stichting PRO ontvangt het ‘uitgeversaandeel’ uit deze regeling, en zorgt voor verdere verdeling onder uitgevers. 

Stichting Reprorecht incasseert

Stichting Reprorecht is verantwoordelijk voor de incasso van de wettelijk ingestelde reprorechtvergoedingen. Reprorecht is aangewezen door de Minister van Justitie om de incasso voor analoog hergebruik (fotokopieën) en verdeling van deze gelden te verzorgen. In het bestuur van Reprorecht zijn zowel uitgevers als makers (tekstauteurs en beeldmakers) vertegenwoordigd, wiens auteursrechtelijk beschermde werken gekopieerd kunnen worden. Bedrijven, overheidsinstellingen en onderwijsinstellingen mogen kopieën maken van publicaties (bijvoorbeeld studieboeken, kranten, publiekstijdschriften of visuele werken), mits ze reprorecht betalen. Reprorecht doet onderzoek naar de verhouding van de verschillende categorieën werken per sector. Dit onderzoek vormt een basis voor de verdeling binnen Reprorecht aan verschillende verdeelorganisaties, die het verder uitkeren aan auteursrechthebbenden. Daarbij is een 50/50 verdeling tussen makers en uitgevers afgesproken tussen PRO, Lira en Pictoright. Stichting PRO is door Reprorecht aangewezen om het uitgeversaandeel uit deze regeling te verdelen. 

Op basis van de Auteurswet (artikel 16h), die een billijke vergoeding voorschrijft.

Stichting PRO keert uit

Sinds 2019 is Stichting PRO verantwoordelijk voor de verdeling van de reprorechtgelden aan uitgevers. Op basis van onderzoek is bekend welke type content in welke verhouding wordt gebruikt, zoals kranten, boeken en tijdschriften. Binnen deze categorieën geven uitgevers hun omzet op. De uiteindelijke vergoeding voor een individuele uitgever wordt berekend op basis van de verhouding van de opgegeven omzet van de betreffende uitgever ten opzichte van de opgegeven omzet van alle uitgevers in de desbetreffende categorie.

Sectie Reprorechtgelden

Sinds 2020 keert Stichting PRO reprorechtgelden uit aan uitgevers en rechthebbenden. Stichting Reprorecht heeft Stichting PRO aangewezen als verdeelorganisatie voor de uitgeversaandelen in de Reprorechtregeling.

De reprorechtregelingen combineren de wettelijke vergoeding voor fotokopiëren en de licentievergoeding voor digitaal hergebruik. De wettelijke Reprorechtregeling richt zich alleen op het analoge hergebruik (fotokopieën), waarbij dankzij een wettelijke aanwijzing alle uitgevers vertegenwoordigd zijn. Sinds 2013 is de Reprorechtregeling voor het bedrijfsleven uitgebreid, waardoor ook digitaal hergebruik kan worden afgerekend met Stichting Reprorecht. Omdat een wettelijke aanwijzing ontbreekt voor het digitale hergebruik, was voor deze uitbreiding mandaat nodig van uitgevers. Doordat Stichting PRO al ervaring had met het verkrijgen van mandaten, heeft de sectie PRO Mandaat deze mandaten verworven bij uitgevers en Stichting Reprorecht de opdracht gegeven om namens uitgevers de regeling uit te voeren. Stichting PRO vertegenwoordigd 100% van deze gelden omdat meer dan 500 uitgevers een mandaat hebben afgegeven via PRO Mandaat. Stichting PRO vrijwaart Stichting Reprorecht namens uitgevers, met uitzondering van uitgevers die hebben aangegeven niet te willen participeren (de zogenoemde blacklist). 

Dit jaar hebben de betrokken partijen binnen Reprorecht een akkoord gesloten waarin de gebruiksvoorwaarden zijn geactualiseerd. PRO heeft Reprorecht daarnaast ondersteund in de incasso-en verdeelonderzoeken. Dat  heeft in 2024 geleid tot een aanpassing van de verdeling per categorie. Tevens zijn er afspraken gemaakt over de verdeling tussen makers en uitgevers. Hierbij is wederom een 50/50 verdeling overeengekomen. 

Binnen Stichting PRO is de sectie PRO Mandaat opgericht om de mandaten van uitgevers te werven en te beheren. De sectie vergadert tweemaal per jaar en bestaat uit de acht uitgeversvertegenwoordigers van het Toezichthoudend Bestuur van Stichting Reprorecht. De leden worden benoemd door de Mediafederatie, waarbij drie leden worden voorgedragen door de Groep Media voor Vak en Wetenschap, één lid door de Groep Educatieve Uitgeverijen, één lid door NDP Nieuwsmedia, één lid door de Groep Algemene Uitgevers/overige uitgevers, één lid door de Groep Media Magazine Associatie en één lid door de Vereniging van Muziekuitgevers. De huidige samenstelling is:

  • Dhr. P. Bon (voorzitter)
  • Dhr. C. Balk
  • Dhr. J. Duurinck
  • Dhr. E. Janssen
  • Dhr. G.J. Schinkel
  • Dhr. J. Leenaars
  • Mvr. I. Terpstra

Rechtenopbrengsten

In dit verslagjaar is er € 13 miljoen ontvangen vanuit Reprorecht (2023: € 11,5 miljoen). 

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Rechtenopbrengst Reprorecht Reprorecht
2024  13.090 
2023  11.467 
2022  13.582 
2021  14.040 
2020  14.585 

Repartitie

In dit verslagjaar is er € 13,2 miljoen uitgekeerd aan reprorechtvergoedingen (2023: € 11,5 miljoen). De gelden worden verdeeld aan meer dan 300 uitgevers (educatief, vak-en wetenschappelijk en dagbladen) die hun omzet opgeven aan PRO. Er is voor deze activiteit een kostennorm vastgesteld van 3% tot 5%. In 2024 is een percentage van 3% gehanteerd. 

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie Reprorecht Tekst boeken wetenschappelijk, vak- & studie Tekst tijdschriften wetenschappelijk & vak Tekst schoolboeken Tekst kranten Tekst algemene boeken Tekst publiekstijdschriften Beeld boeken wetenschappelijk, vak & studie Beeld tijdschriften wetenschappelijk & vak Beeld schoolboeken Beeld kranten Beeld algemene boeken Beeld publiekstijdschriften
2024  1.347  2.326  2.770  1.507  278  553  346  1.185  1.603  765  122  411 
2023  1.714  1.594  2.796  1.246  434  296  714  521  1.360  535  98  172 
2022  2.227  2.036  2.823  1.619  569  384  946  653  1.431  706  128  230 
2021  2.541  2.752  4.085  1.702  764  262  338  610  665  361  64  118 
2020  1.891  1.919  2.563  3.550  454  539  590  724  1.101  742  85  185 

Het grootste gedeelte van de reprorechtgelden is bestemd voor uitgevers van vak-, studie- en wetenschappelijke uitgaven en educatieve uitgevers. Kleinere gedeelten zijn uitgekeerd aan uitgevers van publiekstijdschriften, algemene boeken en kranten.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie Reprorecht 2024 
Tekst boeken wetenschappelijk, vak- & studie 1.347 
Tekst tijdschriften wetenschappelijk & vak 2.326 
Tekst schoolboeken 2.770 
Tekst kranten 1.507 
Tekst algemene boeken 278 
Tekst publiekstijdschriften 553 
Beeld boeken wetenschappelijk, vak & studie 346 
Beeld tijdschriften wetenschappelijk & vak 1.185 
Beeld schoolboeken 1.603 
Beeld kranten 765 
Beeld algemene boeken 122 
Beeld publiekstijdschriften 411 

Leenrechtgelden

Leenrechtgelden

Over de leenrechtvergoeding

Openbare bibliotheken betalen voor het uitlenen van werken een vergoeding aan Stichting Leenrecht. Het gaat daarbij om boeken, tijdschriften en multimediaproducten. Daarvan wordt het uitgeversaandeel door de sectie PRO Uitgeversaandelen Leenrecht (PLU) van Stichting PRO verdeeld. 

Stichting Leenrecht incasseert

Stichting Leenrecht is verantwoordelijk voor de incasso van de wettelijk ingestelde leenrechtvergoedingen. Openbare bibliotheken betalen voor het uitlenen van werken een vergoeding aan Stichting Leenrecht. Ook wordt er informatie verschaft over het aantal uitleningen van het afgelopen jaar. Vervolgens wordt er een vergoeding per uitlening vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen Leenrechtvergoedingen (StOL). In de StOL zijn zowel betalingsplichtigen (bibliotheken) als rechthebbenden (zoals schrijvers, uitgevers en regisseurs) vertegenwoordigd. Stichting Leenrecht verdeelt het totale geïncasseerde bedrag onder groepen rechthebbenden. Aan Stichting PRO keren zij het ‘uitgeversaandeel’ uit, het gedeelte van het totaalbedrag dat voor uitgevers is bestemd.

Op basis van de Auteurswet (artikel 15c), die een billijke vergoeding bij uitleningen voorschrijft.

Stichting PRO keert uit

Stichting Leenrecht heeft Stichting PRO aangewezen als verdeelorganisatie voor het uitgeversaandeel in deze vergoeding. Het gaat daarbij om boeken, tijdschriften en multimedia. De ‘repartitie’ (verdeling of uitkering) van de leenrechtgelden vindt in de regel eenmaal per jaar plaats. De verdeling wordt gebaseerd op beschikbare data. Zo’n 80% van alle bibliotheken geven inzicht in welke titels er zijn uitgeleend en hoe vaak deze zijn uitgeleend. Deze gegevens over tientallen miljoenen uitleningen combineren wij met informatie van de NBD Biblion, waardoor deze titels automatisch worden gekoppeld aan de juiste uitgeverij. De verdeling is daarom grotendeels ‘titelspecifiek’, oftewel: gebaseerd op daadwerkelijk uitgeleende titels. Wij sturen aan uitgevers een overzicht (‘controlespecificatie’) met al hun uitgeleende werken. Uitgevers kunnen eventuele ontbrekende titels toevoegen in de portal. Aan het einde van elk kalenderjaar (ca. december) keert Stichting PRO de definitieve vergoeding uit aan betrokken uitgevers. Op het definitieve overzicht ('repartitiespecificatie') vermeldt PRO hoe vaak werken zijn uitgeleend. De verdeling van de gelden wordt uitgevoerd conform een repartitiereglement. Stichting PRO vrijwaart Stichting Leenrecht voor alle rechthebbenden op basis van de gegevens die Stichting Leenrecht verstrekt. De norm voor inhouding aan administratiekosten is vastgesteld op 7,5%, dat percentage is ook gehanteerd in 2024. Voor de dBoS gelden is een afwijkend percentage gehanteerd, namelijk 3,5%.

Sectie Leenrechtgelden (PLU)

Sinds 1996 is er een sectie PRO Leenrecht Uitgeversaandelen (PLU). Stichting Leenrecht heeft Stichting PRO aangewezen als verdeelorganisatie voor de uitgeversaandelen in de Leenrechtregeling. Het aan uitgevers toekomende deel (30%) van de leenrechtvergoeding wordt door de sectie PLU verdeeld aan uitgevers en rechthebbenden. 

De leden worden benoemd door de Groep Algemene Uitgevers van de Mediafederatie, omdat algemene (kinder)boeken doorgaans het meeste worden uitgeleend. De sectie vergadert tweemaal per jaar. De huidige samenstelling is als volgt:

  • Dhr. F.H. Jonkers (voorzitter)
  • Dhr. M. van Campen
  • Dhr. J.J. Keijzer
  • Dhr. M. David
  • Dhr. J. Hoek

Rechtenopbrengsten

In dit verslagjaar is er € 3,2 miljoen ontvangen vanuit Leenrecht (2023: € 3,3 miljoen). Het aantal uitleningen heeft zich redelijk hersteld na de coronaperiode. In die periode daalde het aantal uitleningen drastisch, omdat de bibliotheken immers grotendeels dicht waren. Het aantal uitleningen heeft zich weer gestabiliseerd, waarbij een neerwaartse trend zichtbaar blijft. Dat de incasso wel weer redelijk is hersteld heeft alles te maken met de inflatiecorrectie op de tarieven per uitlening. De tarieven worden vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen Leenvergoedingen (StOL). In de StOL hebben zowel de betalingsplichtigen als de rechthebbenden zitting.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Rechtenopbrengst Leenrecht Leenrecht
2024  3.235 
2023  3.274 
2022  3.541 
2021  2.065 
2020  2.744 

Repartitie

In dit verslagjaar is er € 3 miljoen uitgekeerd aan leenrechtvergoedingen (2023: € 3,3 miljoen). De gelden worden verdeeld aan meer dan 600 uitgevers (met name van algemene boeken en kinderboeken) op basis van gegevens over uitleningen. De dBoS-gelden (de bibliotheek op school) worden uitgekeerd aan uitgevers van kinderboeken. De norm voor inhouding aan administratiekosten is vastgesteld op 7,5%, dat percentage is ook gehanteerd in 2024. Voor de dBoS-gelden is een afwijkend percentage gehanteerd, namelijk 3,5%.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie Leenrecht dBos Geschriften Periodieken Multimedia Literomgelden
2024  501  2.344  204  20 
2023  485  2.564  228  12  23 
2022  1.692  1.693  147  13  31 
2021  1.844  164  12  38 
2020  2.779  253  44  32 

Het grootste gedeelte van de leenrechtgelden is bestemd voor uitgevers van algemene boeken (76%), en kleinere gedeelten voor uitgevers van tijdschriften (7%) en Literom-samenvattingen (1%). Zo'n 16% van de totale pot met geld was bestemd voor uitgevers van kinderboeken (dBos, 16%).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie Leenrecht 2024 
dBos 501 
Geschriften 2.344 
Periodieken 204 
Multimedia
Literomgelden 20 

De bibliotheek op school (dBoS)

Steeds meer openbare bibliotheken brengen (een deel van) hun collectie onder bij schoolbibliotheken, ook wel bekend als de bibliotheek op school (dBoS). Deze schoolbibliotheken zijn bij wet vrijgesteld van het betalen van de leenrechtvergoeding waardoor deze uitleningen niet meer (volledig) worden geregistreerd en afgerekend. Er is een regeling overeengekomen met alle belanghebbenden en het Ministerie van OCW waarbij het ministerie in 2024 wederom een vergoeding beschikbaar heeft gesteld. Het uitgeversaandeel van deze vergoeding bedraagt € 506.000.

Repartitie dBos-gelden

Helaas is er (nog) geen informatie beschikbaar over uitgeleende titels in schoolbibliotheken. Omdat dit doorgaans een specifiek type werk betreft (jeugdboeken), is ervoor gekozen om de verdeling van de dBoS-gelden te baseren op data van de openbare bibliotheken van werken waarvan bekend is dat deze werken de collectie vormen van de schoolbibliotheken. Omdat deze grofmaziger manier van werken niet waterdicht is, is 1% gereserveerd voor potentiële claims van rechthebbenden. 

Door het relatief lage bedrag en het grote aantal uitgevers dat normaliter een uitkering ontvangt, ontvangen veel uitgevers geen vergoeding omdat hun aandeel onder het grensbedrag van € 50 uitkomt. Er zijn uiteindelijk aan 156 uitgevers dBoS-gelden uitgekeerd. Dit verslagjaar zijn er twee verschillende inhoudingspercentages toegepast: van inhouding van 7,5% voor de reguliere leenrechtuitkering, en 3,5% voor de dBoS-uitkering. 

Type Aantal
Uitgevers in bronbestand 1346
Uitgevers in dBoS 427
Uitgevers in bagatellenregeling 262
Uitgevers in verdeling 156
Uitgevers uitgekeerd 156

Regeling Leenrecht onder druk

De rechtenopbrengst vanuit de leenrechtregeling staat structureel onder druk. Dit wordt veroorzaakt door verschillende ontwikkelingen. Zo daalt al jaren het aantal werken dat wordt uitgeleend door openbare bibliotheken. Daarnaast hebben veel kleine bibliotheekvestigingen de deuren moeten sluiten door bezuinigingen. Ook worden verlengingen niet langer afgerekend. Het aantal uitleningen van e-books neemt wel toe, maar deze digitale uitleningen worden direct afgehandeld met individuele uitgevers en Lira (voor auteurs), en niet via Stichting Leenrecht. Evengoed blijft de totale incasso vanuit Leenrecht wel redelijk stabiel door de jaarlijkse indexatie van de tarieven per uitlening en de compensatie vanuit OCW voor de bibliotheek op school (dBoS).