Spring naar inhoud

Stichting Lira in 2024

4.1 ​Stichting Lira in 2024​

Rechtenopbrengsten

Lira’s incasso was in 2024 met 30,8 miljoen iets lager dan in 2023 (31,9 miljoen).

Ontwikkeling rechtenopbrengst

(Bedragen * € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Ontwikkeling rechtenopbrengst
2024 30.807 
2023 31.887 
2022 31.022 
2021 30.542 
2020 32.885 
Rechtenopbrengst per categorie

(Bedragen * € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Rechtenopbrengst per categorie 2024 2023
Leenrecht 5.965  5.773 
Thuiskopie 3.026  6.148 
Reprorecht 8.716  8.079 
BMS/EMS 10.832  9.679 
E-Lending 2.037  1.992 
Overig 231  216 

Bij een vergelijking van de verschillende incassostromen in 2024 met die van 2023 springt met name de lagere thuiskopie-incasso in het oog. Deze afname is eigenlijk een terugkeer naar het gebruikelijke niveau voor thuiskopie, na een uitzonderlijk hoge incasso in 2023 (toen werd in december een nabetaling van aangehouden thuiskopiereserves over de jaren 2019 en 2020 gedaan, die in 2024 is gereparteerd).

De incasso voor leenrecht en voor e-lending is redelijk stabiel. Ook in 2024 ontving en verdeelde Lira vergoedingen die Stichting Leenrecht van het Ministerie van OCW ontving voor uitleningen op scholen. Voor de toekomst wordt in opdracht van OCW periodiek een representatieve steekproef gedaan naar de uitleningen op scholen, op basis waarvan vergoedingen aan Stichting Leenrecht zullen worden betaald. Daarnaast ligt een wetswijziging in het verschiet, waarbij de zogeheten onderwijsvrijstelling verdwijnt en ook de schooluitleningen onder dezelfde wettelijke basis zullen vallen. 

De incasso die Lira ontving in 2024 voor reprorecht is gestegen, met name door de hogere incasso die Stichting Reprorecht in 2023 heeft geïnd. De tweejaarlijkse cyclus van de reprorechtincasso wil nog wel eens fluctueren.

De stijging van de BMS-incasso is het gevolg van toegepaste indexatie en de toename van de incasso die Videma heeft gerealiseerd en die wordt toegevoegd aan het BMS-budget.

Voor EMS (VOD) is in de afgelopen jaren steeds slechts een (zeer) laag incassoniveau behaald, omdat het huidige model van vrijwillig collectief beheer (VCB-model) in de praktijk niet leidt tot een verwacht resultaat qua incasso van vergoedingen voor de filmmakers. In de afgelopen jaren is Lira’s incasso voor VOD (in tegenstelling tot de omzetten van de VOD-aanbieders) dan ook sterk gedaald. Wel heeft Lira in 2024 (net als in 2023) opgaven en nabetalingen van enkele VOD-distributeurs ontvangen over oudere jaren en die vervolgens nog in hetzelfde jaar heeft gereparteerd, waar mogelijk op basis van de aangeleverde gebruiksgegevens.

Repartitie

Lira’s repartitie was in 2024 met 31,2 miljoen hoger dan in 2023 (27,7 miljoen).

Ontwikkeling repartitie

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Repartitie
2024 31.215 
2023 27.678 
2022 33.041 
2021 23.892 
2020 27.449 
Repartitie per rechtencategorie

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Repartitie per rechtencategorie 2024 2023
Leenrecht 5.095  5.014 
Thuiskopie 6.077  3.387 
Reprorecht 8.597  8.363 
BMS/EMS 9.069  8.829 
E-Lending 2.300  2.004 
Overig 77  81 

In 2024 reparteerde Lira 31,2 miljoen euro, een stijging ten opzichte van 27,7 miljoen in het voorgaande jaar 2023. Vooral de BMS/EMS- en reprorecht-verdelingen waren (iets) hoger dan het voorgaande jaar, omdat de incasso iets steeg.

In 2024 was de repartitie van thuiskopiegelden veel hoger ten opzichte van 2023, omdat eerder gereserveerde thuiskopiegelden die Lira eind 2023 heeft ontvangen (over 2019 en 2020) in 2024 in verdeling zijn gebracht.

Ten aanzien van EMS (VOD) heeft Lira in 2024 gelden verdeeld van ontvangen nabetalingen en opgaven van enkele VOD-distributeurs over de jaren 2019-2022. Sinds het sluiten van een convenant met het samenwerkingsverband van omroepen, distributeurs en producenten (RODAP) in 2015 zouden alle streamingsdiensten VOD-vergoedingen afdragen én gebruiksdata aanleveren aan rechtenorganisaties voor de verdeling onder de makers.

Helaas is dit na 10 jaar nog altijd niet gelukt. Daarom moest Lira in de afgelopen jaren de (geringe en afnemende) beschikbare VOD-vergoedingen noodgedwongen op andere wijze verdelen, zoals bijvoorbeeld op basis van verkoopcijfers van dvd’s. In 2023 en 2024 heeft Lira alsnog betalingen en/of gegevens ontvangen van sommige VOD-aanbieders over de periode 2019-2022. Van andere VOD-aanbieders hebben we echter geen of onvolledige data gekregen en/of geen of onvolledige vergoedingen ontvangen. Zo zijn bijvoorbeeld nog altijd geen vergoedingen beschikbaar voor programma’s die worden aangeboden door Netflix, KPN en Pathé Thuis. Van een marktdekkende regeling kan dus helaas nog steeds niet worden gesproken.

In 2024 heeft Stichting Lira wederom dBos gelden ontvangen van Stichting Leenrecht, op grond van een overeenkomst tussen De Staat der Nederlanden en Stichting Leenrecht. Deze overeenkomst is bedoeld om de effecten te compenseren van een geïntensiveerde samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bibliotheken, waarbij delen van de collecties van de openbare bibliotheken zijn verschoven naar de onderwijsinstellingen, die zijn vrijgesteld van de betaalplicht van leenrecht. Net als in 2023, heeft Lira de dBos-vergoedingen verdeeld onder kinder- en jeugdboekenauteurs, op basis van een NUR-code selectie. Op de van Stichting Leenrecht ontvangen € 979.114 zijn de reguliere inhoudingen toegepast: 7,5% is ingehouden voor sociaal-culturele doeleinden. De resterende € 905.681 is onder inhouding van 4% administratievergoeding uitgekeerd aan 2.682 rechthebbenden, waarbij een ondergrens is gehanteerd van € 5. Er zijn geen reserveringen aangehouden. Een restbedrag van € 14 kon nog niet uitgekeerd worden aan rechthebbenden.

Te verdelen rechten

Ontwikkeling te verdelen rechten

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Ontwikkeling te verdelen rechten
2024 25073
2023 27545
2022 25405
2021 29547
2020 24865
Te verdelen per rechtencategorie

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Te verdelen per rechtencategorie 2024 2023
Leenrecht 2794 2643
Thuiskopie 1648 4860
Reprorecht 5067 5126
BMS/EMS 14583 13626
E-Lending 690 951
Overig 291 339
Te verdelen per tijdvak

(bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Opbouw te verdelen rechten naar jaarlaag 2024 2023
2024 8736 0
2023 6729 7120
2022 5046 7008
2021 4342 5931
2020 en ouder 220 7486

Lira streeft naar een optimaal snelle, rechtvaardige en efficiënte uitkering van alle incassostromen, uiteraard met inachtneming van de geldende wettelijke termijnen. Lira hanteert conform haar repartitiereglementen een maximum van 10% van de oorspronkelijke incasso als reservering voor claims over het vierde en vijfde jaar na incasso, op grond van de termijnen in het Burgerlijk Wetboek.

De afgelopen jaren heeft Lira hard gewerkt om te zorgen dat de beschikbare nog te verdelen rechten afnamen. Door verschillende eenmalige uitkeringen en afsluitende repartities daalde het niveau van de nog liggende gelden fors in 2022. Met name door een laat in het jaar 2023 ontvangen betaling van thuiskopiegelden over 2019 en 2020 gold dat niet voor 2023. Maar in 2024 is het niveau van de nog liggende gelden weer verder gedaald tot het laagste niveau sinds 2021.

In het boekjaar is een stelselwijziging doorgevoerd waardoor de te verdelen rechten zijn gewijzigd. In voorgaande jaren werd de bij repartitie in te houden administratievergoeding in mindering gebracht op de gepresenteerde te verdelen rechten en apart in de balans opgenomen. Omdat over de te verdelen rechten verder steeds over de bruto bedragen - dus zonder deze inhouding - wordt gesproken is besloten deze presentatie te wijzigen. Alle hierdoor beïnvloede vergelijkende cijfers in dit jaarverslag zijn hierop aangepast ten opzichte van het vorige jaarverslag. Voor meer informatie hierover wordt gegeven onder het kopje Stelselwijziging bij de grondslagen voor de waardering van de jaarrekening.

Baten en lasten

De lasten van Lira bedroegen in 2024  2,0  miljoen, iets minder dan de  2,1  miljoen in 2023. De lasten zijn voor een belangrijk deel onafhankelijk van de omvang van de geldstromen die Lira incasseert en verdeelt. Wanneer nieuwe incassostromen structureel deel gaan uitmaken van Lira’s uitvoering, stijgen de extra kosten die samenhangen met die verdelingen in absolute zin.

In Lira’s lasten is ook de bijdrage opgenomen die op basis van afspraken met branchevereniging VOI©E aan piraterijbestrijding door BREIN wordt besteed.

Vanaf 2021 zijn Lira’s lasten voorts structureel verhoogd, omdat de kosten van de externe toezichthouder (het CvTA) vanaf dat jaar voor de helft aan de gezamenlijke CBO’s (en dus ook aan Lira) worden toegerekend. De andere helft wordt door de overheid betaald.

Lira realiseert haar baten bij repartitie en deze zijn daardoor veel beweeglijker dan de lasten. Ondanks de hoge repartitie in 2024 waren de baten door de tijdelijk verlaagde administratievergoedingen relatief laag, zoals ook was beoogd. Lira zal er altijd naar streven om de kosten (en dus de inhoudingen ter dekking daarvan) zo laag mogelijk te houden, wij zijn tenslotte een stichting zonder winstoogmerk die zich geheel ten dienste stelt van de schrijvers, vertalers en journalisten voor wie wij vergoedingen incasseren.

Het exploitatieresultaat is met € 290.450 alsnog substantieel hoger dan het bewust begrote tekort. Het positieve financiële resultaat is te danken aan de gestegen marktrente op spaartegoeden en deposito’s.

Het bestuur van Stichting Lira heeft in 2023 besluiten genomen om het eigen vermogen van de stichting substantieel te verlagen tot het voor de continuïteit van de stichting gewenste niveau van ongeveer anderhalf maal de lasten van het voorgaande boekjaar. Dit omvatte een extra bijdrage van € 625.000 per jaar in zowel 2023 als 2024 aan Stichting Lira Fonds en een tijdelijke verlaging van de in te houden administratievergoedingen tot 4% voor 2024 en 2025.